Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2013:BY4196

2013-02-08 Civiel recht 11/04410
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-02-08
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
11/04410
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2013/275 | TRA 2013/49 met annotatie van M.S.A. Vegter | JWB 2013/64 | JBP 2014/12 | JIN 2013/43 met annotatie van G. Leijten | JAR 2013/72 | AR-Updates.nl 2013-0099 | VAAN-AR-Updates.nl 2013-0099

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verzoek om inzage van verwerkte persoonsgegevens op de voet van art. 35 Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.749 tekens)
8 februari 2013
Eerste Kamer
11/04410
EE/IF


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,


t e g e n


1. THE ROYAL BANK OF SCOTLAND N.V. (voorheen ABN AMRO Bank N.V.),
gevestigd te Amsterdam,
2. ABN AMRO BANK N.V. ,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie, verzoeksters in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. L.B. de Graaf .


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en RBS c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties


Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 422981/HA RK 09-213 van de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2009 en 22 juli 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.075.982/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 juli 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. RBS c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
RBS c.s. heeft verzocht het principale beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale beroep.


3. Beoordeling van het middel


De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.


4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RBS c.s. begroot op € 339,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.


Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 februari 2013.