Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:98
2013-07-12
Civiel recht
12/03039
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:98 → ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6435 bekrachtiging/bevestiging
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:98 → ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6466 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:98 → ECLI:NL:PHR:2013:21 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Huur. Verbintenissenrecht. Beëindiging huurbetalingsverplichting met wederzijds goedvinden? Gerechtvaardigd vertrouwen; art. 3:35 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.469 tekens)
12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/03039
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
ROQ HOLDING B.V.,gevestigd te Rijnsaterwoude, gemeente Jacobswoude,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Roq Holding.
1Het geding in vorige instanties
Voor het verloop van het geding in vorige instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 933616 CV EXPL 08-4868 van de kantonrechter te Amsterdam van 18 april 2008, 12 december 2008 en 18 september 2009;
de arresten in de zaak 200.052.164/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 februari 2011 en 20 december 2011;
het tussenarrest van de Hoge Raad van 5 oktober 2012.
De arresten van het hof en het tussenarrest van de Hoge Raad zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 22 februari 2011 en 20 december 2011 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Roq Holding is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 5 juli 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Roq Holding begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.
Eerste Kamer
nr. 12/03039
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
ROQ HOLDING B.V.,gevestigd te Rijnsaterwoude, gemeente Jacobswoude,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Roq Holding.
1Het geding in vorige instanties
Voor het verloop van het geding in vorige instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 933616 CV EXPL 08-4868 van de kantonrechter te Amsterdam van 18 april 2008, 12 december 2008 en 18 september 2009;
de arresten in de zaak 200.052.164/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 februari 2011 en 20 december 2011;
het tussenarrest van de Hoge Raad van 5 oktober 2012.
De arresten van het hof en het tussenarrest van de Hoge Raad zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 22 februari 2011 en 20 december 2011 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Roq Holding is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 5 juli 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Roq Holding begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.