Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:197
2013-08-09
Bestuursrecht; Belastingrecht
12/05108
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Art. 8:75 Awb. Art. 1, letter a, Bpb. Proceshandelingen namens een stichting verricht door belanghebbende zelf. Geen door een derde verleende rechtsbijstand.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2012:BW5409 Hoge Raad 11-05-2012
Geciteerd door (29)
- ECLI:NL:RBGEL:2026:7158 Rechtbank Gelderland 16-09-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:2694 Rechtbank Overijssel 21-05-2026
- ECLI:NL:RBOBR:2024:6142 Rechtbank Oost-Brabant 06-12-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:7356 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26-11-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5352 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-08-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:2292 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 08-04-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4807 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10-07-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4544 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28-06-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2022:2236 Gerechtshof Amsterdam 21-07-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2020:8401 Rechtbank Noord-Holland 22-10-2020
- ECLI:NL:RBZWB:2020:3809 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14-08-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:657 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:641 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:657 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:642 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:642 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:641 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:643 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:643 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:CBB:2018:496 College van Beroep voor het bedrijfsleven 18-09-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:6865 Rechtbank Rotterdam 22-08-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2017:71 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-01-2017
- ECLI:NL:GHARL:2015:5801 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-08-2015
- ECLI:NL:GHDHA:2015:561 Gerechtshof Den Haag 03-03-2015
- ECLI:NL:GHDHA:2015:561 Gerechtshof Den Haag 03-03-2015
- ECLI:NL:GHARL:2014:6399 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19-08-2014
- ECLI:NL:GHARL:2014:4700 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11-06-2014
- ECLI:NL:GHARL:2014:4030 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-05-2014
- ECLI:NL:GHARL:2014:9 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-01-2014
Volledige tekst
Volledige tekst (3.205 tekens)
9 augustus 2013
nr. 12/05108
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te ’s-Gravenhage van 19 september 2012, nr. 11/3815, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende een voorlopige teruggaaf in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV).
1Het geding in feitelijke instantie
Belanghebbende heeft verzocht om verlening van een voorlopige teruggaaf IB/PVV voor het jaar 2011. Wegens het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de Rechtbank.
De Rechtbank heeft bij uitspraak van 31 oktober 2011 het beroep van belanghebbende gegrond verklaard wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek en niet-ontvankelijk verklaard voor zover het is gericht tegen het niet tijdig afgeven van een dwangsombeschikking. Belanghebbende heeft daartegen verzet gedaan. De Rechtbank heeft bij de in cassatie bestreden uitspraak het verzet gegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Nu deze conclusie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.
3Beoordeling van de middelen
3.1.
Het derde middel keert zich tegen het oordeel van de Rechtbank dat zij geen aanleiding ziet voor een proceskostenveroordeling, omdat belanghebbende niet direct of indirect als beroepsmatig rechtsbijstandverlener van zichzelf kan optreden. Het middel faalt. De Rechtbank heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de zin van artikel 1, letter a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht geen sprake is in een geval waarin feitelijk de belastingplichtige zelf optreedt in zijn zaak, ook al geschiedt dit namens een rechtspersoon (zie HR 11 mei 2012, nr. 11/03010, ECLI:NL:HR:2012:BW5409, BNB 2012/210).
3.2.
De overige middelen kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.
nr. 12/05108
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te ’s-Gravenhage van 19 september 2012, nr. 11/3815, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende een voorlopige teruggaaf in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV).
1Het geding in feitelijke instantie
Belanghebbende heeft verzocht om verlening van een voorlopige teruggaaf IB/PVV voor het jaar 2011. Wegens het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de Rechtbank.
De Rechtbank heeft bij uitspraak van 31 oktober 2011 het beroep van belanghebbende gegrond verklaard wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek en niet-ontvankelijk verklaard voor zover het is gericht tegen het niet tijdig afgeven van een dwangsombeschikking. Belanghebbende heeft daartegen verzet gedaan. De Rechtbank heeft bij de in cassatie bestreden uitspraak het verzet gegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Nu deze conclusie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.
3Beoordeling van de middelen
3.1.
Het derde middel keert zich tegen het oordeel van de Rechtbank dat zij geen aanleiding ziet voor een proceskostenveroordeling, omdat belanghebbende niet direct of indirect als beroepsmatig rechtsbijstandverlener van zichzelf kan optreden. Het middel faalt. De Rechtbank heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de zin van artikel 1, letter a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht geen sprake is in een geval waarin feitelijk de belastingplichtige zelf optreedt in zijn zaak, ook al geschiedt dit namens een rechtspersoon (zie HR 11 mei 2012, nr. 11/03010, ECLI:NL:HR:2012:BW5409, BNB 2012/210).
3.2.
De overige middelen kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.