Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:1447
2013-11-29
Bestuursrecht; Belastingrecht
13/00830
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:1447 → ECLI:NL:CRVB:2013:BY8472 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.563 tekens)
29 november 2013
Nr. 13/00830
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 januari 2013, nrs. 11/3410 WWB tot en met 11/3413 WWB, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam (nrs. 10/5026, 10/5074, 10/5288 en 10/5076) betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: het College) ingevolge de Wet werk en bijstand.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2013.
Nr. 13/00830
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 januari 2013, nrs. 11/3410 WWB tot en met 11/3413 WWB, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam (nrs. 10/5026, 10/5074, 10/5288 en 10/5076) betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: het College) ingevolge de Wet werk en bijstand.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2013.