Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:1158
2013-11-12
Strafrecht
12/02173
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:1158 → ECLI:NL:GHSHE:2011:6560 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:1158 → ECLI:NL:PHR:2013:1160 gevolgd
Inhoudsindicatie
Unus testis, nullus testis. De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452 m.b.t. art. 342.2 Sv. Het Hof heeft gemotiveerd dat en waarom het van oordeel is dat voldoende steunbewijs voor de belastende verklaringen van X te vinden is in de overige getuigenverklaringen. I.c. kan, mede gelet op die nadere motivering, niet worden gezegd dat de tot het bewijs gebezigde verklaringen van X onvoldoende steun vinden in het overige bewijsmateriaal. Anders dan in het middel wordt betoogd, is dus geen sprake van schending van art. 342.2 Sv.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2010:BM2452 Hoge Raad 13-07-2010
Geciteerd door (67)
- ECLI:NL:PHR:2025:350 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:350 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:288 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:243 Parket bij de Hoge Raad 18-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:243 Parket bij de Hoge Raad 18-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:188 Parket bij de Hoge Raad 11-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:1315 Parket bij de Hoge Raad 10-12-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1165 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1165 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:886 Parket bij de Hoge Raad 03-09-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:886 Parket bij de Hoge Raad 03-09-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:587 Parket bij de Hoge Raad 18-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:563 Parket bij de Hoge Raad 18-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:438 Parket bij de Hoge Raad 16-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:259 Parket bij de Hoge Raad 19-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:259 Parket bij de Hoge Raad 19-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:259 Parket bij de Hoge Raad 19-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:280 Parket bij de Hoge Raad 12-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:251 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:996 Parket bij de Hoge Raad 14-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:806 Parket bij de Hoge Raad 26-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:806 Parket bij de Hoge Raad 26-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2021:895 Parket bij de Hoge Raad 05-10-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:895 Parket bij de Hoge Raad 05-10-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:3 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2020:9691 Rechtbank Limburg 09-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:807 Parket bij de Hoge Raad 15-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:825 Parket bij de Hoge Raad 23-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:825 Parket bij de Hoge Raad 23-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:645 Parket bij de Hoge Raad 19-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:200 Parket bij de Hoge Raad 31-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1073 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1117 Parket bij de Hoge Raad 09-07-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:746 Parket bij de Hoge Raad 29-05-2018
- ECLI:NL:GHAMS:2018:5146 Gerechtshof Amsterdam 18-05-2018
- ECLI:NL:RBAMS:2018:1839 Rechtbank Amsterdam 26-03-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1225 Parket bij de Hoge Raad 19-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1225 Parket bij de Hoge Raad 19-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:578 Parket bij de Hoge Raad 23-05-2017
- ECLI:NL:HR:2017:894 Hoge Raad 10-01-2017
- ECLI:NL:HR:2016:3416 Hoge Raad 20-12-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1143 Parket bij de Hoge Raad 20-09-2016
- ECLI:NL:RBDHA:2016:16002 Rechtbank Den Haag 07-07-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:540 Parket bij de Hoge Raad 26-04-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:386 Parket bij de Hoge Raad 29-03-2016
- ECLI:NL:PHR:2015:2641 Parket bij de Hoge Raad 01-12-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2453 Parket bij de Hoge Raad 03-11-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2606 Parket bij de Hoge Raad 27-10-2015
- ECLI:NL:RBLIM:2015:8572 Rechtbank Limburg 13-10-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2102 Parket bij de Hoge Raad 08-09-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:1360 Parket bij de Hoge Raad 02-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:1360 Parket bij de Hoge Raad 02-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:1360 Parket bij de Hoge Raad 02-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:1360 Parket bij de Hoge Raad 02-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:926 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:926 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:926 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:2262 Parket bij de Hoge Raad 14-10-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:657 Parket bij de Hoge Raad 13-05-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:657 Parket bij de Hoge Raad 13-05-2014
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.353 tekens)
12 november 2013
Strafkamer
nr. 12/02173
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 22 december 2011, nummer 20/002946-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. F.A. de Leeuw, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beoordeling van het tweede middel
3.1.
Het middel klaagt dat het Hof de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van één getuige.
3.2.1.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard:
"dat hij op tijdstippen in de periode van 13 november 2007 tot en met 1 januari 2009 te Heeze, gemeente Heeze-Leende, met [slachtoffer], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die telkens bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer], hebbende verdachte
- meermalen zijn, verdachtes, tong in de mond en de vagina van [slachtoffer] geduwd/gebracht en
- meermalen aan de vagina van [slachtoffer] gelikt/gezogen en over de vagina van [slachtoffer] gewreven en
- meermalen [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis doen vasthouden en aan zijn, verdachtes, penis laten trekken en
- meermalen met zijn, verdachtes, penis tegen de billen van [slachtoffer] gelegen."
3.2.2.
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 8.
3.3.
Volgens het tweede lid van art. 342 Sv - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Opmerking verdient nog dat het bij de in cassatie aan te leggen toets of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BM2452, NJ 2010/515).
3.4.
Het Hof heeft gemotiveerd dat en waarom het van oordeel is dat voldoende steunbewijs voor de belastende verklaringen van [slachtoffer] te vinden is in de verklaringen van haar moeder ([betrokkene 1]), haar vader ([betrokkene 2]), [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en in de verklaring van de verdachte zelf. In het onderhavige geval kan, mede gelet op die nadere motivering, niet worden gezegd dat de tot het bewijs gebezigde verklaringen van [slachtoffer] onvoldoende steun vinden in het overige bewijsmateriaal. Anders dan in het middel wordt betoogd, is dus geen sprake van schending van art. 342, tweede lid, Sv.
3.5.
Het middel faalt.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu, W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2013.
Strafkamer
nr. 12/02173
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 22 december 2011, nummer 20/002946-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. F.A. de Leeuw, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beoordeling van het tweede middel
3.1.
Het middel klaagt dat het Hof de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van één getuige.
3.2.1.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard:
"dat hij op tijdstippen in de periode van 13 november 2007 tot en met 1 januari 2009 te Heeze, gemeente Heeze-Leende, met [slachtoffer], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die telkens bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer], hebbende verdachte
- meermalen zijn, verdachtes, tong in de mond en de vagina van [slachtoffer] geduwd/gebracht en
- meermalen aan de vagina van [slachtoffer] gelikt/gezogen en over de vagina van [slachtoffer] gewreven en
- meermalen [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis doen vasthouden en aan zijn, verdachtes, penis laten trekken en
- meermalen met zijn, verdachtes, penis tegen de billen van [slachtoffer] gelegen."
3.2.2.
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 8.
3.3.
Volgens het tweede lid van art. 342 Sv - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Opmerking verdient nog dat het bij de in cassatie aan te leggen toets of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BM2452, NJ 2010/515).
3.4.
Het Hof heeft gemotiveerd dat en waarom het van oordeel is dat voldoende steunbewijs voor de belastende verklaringen van [slachtoffer] te vinden is in de verklaringen van haar moeder ([betrokkene 1]), haar vader ([betrokkene 2]), [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en in de verklaring van de verdachte zelf. In het onderhavige geval kan, mede gelet op die nadere motivering, niet worden gezegd dat de tot het bewijs gebezigde verklaringen van [slachtoffer] onvoldoende steun vinden in het overige bewijsmateriaal. Anders dan in het middel wordt betoogd, is dus geen sprake van schending van art. 342, tweede lid, Sv.
3.5.
Het middel faalt.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu, W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2013.