Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2012:BY2669
2012-11-09
Bestuursrecht; Belastingrecht
12/03443
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2012:BY2669 → ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0242 niet ontvankelijk
Inhoudsindicatie
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie. Beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van art. 80a Wet RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2017:198 Parket bij de Hoge Raad 28-03-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (1.463 tekens)
9 november 2012
nr. 12/03443
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 31 mei 2012, nrs. 10/00283 en 10/00286 tot en met 10/00289, betreffende de aan belanghebbende bij beschikking in rekening gebrachte heffingsrente met betrekking tot de voor de jaren 2003 tot en met 2006 aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. De uitspraak van het Hof en het beroepschrift in cassatie zijn aan dit arrest gehecht.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
2. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2012.
nr. 12/03443
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 31 mei 2012, nrs. 10/00283 en 10/00286 tot en met 10/00289, betreffende de aan belanghebbende bij beschikking in rekening gebrachte heffingsrente met betrekking tot de voor de jaren 2003 tot en met 2006 aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. De uitspraak van het Hof en het beroepschrift in cassatie zijn aan dit arrest gehecht.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
2. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2012.