Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2012:BY0662
2012-11-30
Civiel recht
11/03435
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BY0662 → ECLI:NL:PHR:2012:BY0662
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW; persoonlijk ernstig verwijt? Beroep op verjaring; art. 3:310 BW; nieuwe rechtsvordering (door wijziging grondslag) in hoger beroep?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2021:655 Parket bij de Hoge Raad 25-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:655 Parket bij de Hoge Raad 25-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:360 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2021
- ECLI:NL:PHR:2016:1237 Parket bij de Hoge Raad 02-12-2016
- ECLI:NL:PHR:2013:2389 Parket bij de Hoge Raad 20-12-2013
Volledige tekst
Volledige tekst (2.331 tekens)
30 november 2012
Eerste Kamer
11/03435
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma,
t e g e n
BANQUE ARTESIA NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: aanvankelijk mr. K.G.W. van Oven, thans mr. B.F. Assink en mr. F.E. Vermeulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Artesia.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 88642/HA ZA 07-916 van de rechtbank Zutphen van 16 januari 2008 en 7 mei 2008;
b. het arrest in de zaak 200.013.432 van het gerechtshof te Arnhem van 26 april 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Artesia heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 26 oktober 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Artesia begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, M.A.Loth, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 30 november 2012.
Eerste Kamer
11/03435
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma,
t e g e n
BANQUE ARTESIA NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: aanvankelijk mr. K.G.W. van Oven, thans mr. B.F. Assink en mr. F.E. Vermeulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Artesia.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 88642/HA ZA 07-916 van de rechtbank Zutphen van 16 januari 2008 en 7 mei 2008;
b. het arrest in de zaak 200.013.432 van het gerechtshof te Arnhem van 26 april 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Artesia heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 26 oktober 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Artesia begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, M.A.Loth, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 30 november 2012.