Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2012:BX9024
2012-12-14
Civiel recht
11/04582
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BX9024 → ECLI:NL:PHR:2012:BX9024
Inhoudsindicatie
Cassatieberoep tegen tussenarresten houdende rolbeslissingen; art. 401a lid 2 Rv. Niet-ontvankelijkheid.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (22)
- ECLI:NL:PHR:2024:233 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:233 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:233 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1030 Parket bij de Hoge Raad 17-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:658 Parket bij de Hoge Raad 01-07-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:88 Parket bij de Hoge Raad 28-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:612 Parket bij de Hoge Raad 11-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:612 Parket bij de Hoge Raad 11-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2019:809 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:809 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:809 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2019
- ECLI:NL:PHR:2017:1170 Parket bij de Hoge Raad 20-10-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1170 Parket bij de Hoge Raad 20-10-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1170 Parket bij de Hoge Raad 20-10-2017
- ECLI:NL:PHR:2015:503 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:532 Parket bij de Hoge Raad 06-06-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:534 Parket bij de Hoge Raad 06-06-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:79 Parket bij de Hoge Raad 14-02-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:79 Parket bij de Hoge Raad 14-02-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:47 Parket bij de Hoge Raad 07-02-2014
- ECLI:NL:PHR:2013:836 Parket bij de Hoge Raad 06-09-2013
- ECLI:NL:PHR:2013:1216 Parket bij de Hoge Raad 06-09-2013
Volledige tekst
Volledige tekst (2.670 tekens)
14 december 2012
Eerste Kamer
11/04582
DV/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats], Israël,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
R.E.M. HOLDING B.V.,
gevestigd te Prinsenbeek, gemeente Breda,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en REM.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 205707/HA ZA 09-1200 van de rechtbank Breda van 26 augustus 2009 en 12 mei 2010;
b. de arresten in de zaak HD 200.078.941 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 mei 2011, 16 augustus 2011 en 8 november 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 31 mei 2011 en 16 augustus 2011 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen REM is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Bij het hiervoor genoemde arrest van 31 mei 2011 heeft de rolraadsheer van het hof akte van niet-dienen tegen [eiseres] verleend met betrekking tot de door haar te nemen memorie van grieven. Bij het arrest van 16 augustus 2011 heeft de rolraadsheer diverse processuele verzoeken van [eiseres] afgewezen, waaronder een verzoek tot het mogen bepleiten van de zaak. Beide arresten zijn tussenarresten als bedoeld in art. 401a lid 2 Rv, waarvan slechts cassatieberoep kan worden ingesteld tegelijk met dat van het eindarrest, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Nu het hof niet anders heeft bepaald, is [eiseres] niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van REM begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.
Eerste Kamer
11/04582
DV/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats], Israël,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
R.E.M. HOLDING B.V.,
gevestigd te Prinsenbeek, gemeente Breda,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en REM.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 205707/HA ZA 09-1200 van de rechtbank Breda van 26 augustus 2009 en 12 mei 2010;
b. de arresten in de zaak HD 200.078.941 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 mei 2011, 16 augustus 2011 en 8 november 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 31 mei 2011 en 16 augustus 2011 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen REM is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Bij het hiervoor genoemde arrest van 31 mei 2011 heeft de rolraadsheer van het hof akte van niet-dienen tegen [eiseres] verleend met betrekking tot de door haar te nemen memorie van grieven. Bij het arrest van 16 augustus 2011 heeft de rolraadsheer diverse processuele verzoeken van [eiseres] afgewezen, waaronder een verzoek tot het mogen bepleiten van de zaak. Beide arresten zijn tussenarresten als bedoeld in art. 401a lid 2 Rv, waarvan slechts cassatieberoep kan worden ingesteld tegelijk met dat van het eindarrest, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Nu het hof niet anders heeft bepaald, is [eiseres] niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van REM begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.