Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2012:BX5527
2012-10-09
Strafrecht
12/00818
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BX5527 → ECLI:NL:PHR:2012:BX5527
Inhoudsindicatie
Falende bewijsklacht opzetheling.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (24)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2962 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23-10-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:894 Parket bij de Hoge Raad 26-08-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1088 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:619 Parket bij de Hoge Raad 03-06-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4302 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-12-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1197 Parket bij de Hoge Raad 19-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1194 Parket bij de Hoge Raad 19-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1035 Parket bij de Hoge Raad 15-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:997 Parket bij de Hoge Raad 07-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:615 Parket bij de Hoge Raad 27-06-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:2183 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-05-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:437 Parket bij de Hoge Raad 18-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:435 Parket bij de Hoge Raad 18-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2021:1119 Parket bij de Hoge Raad 30-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1118 Parket bij de Hoge Raad 30-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:791 Parket bij de Hoge Raad 22-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:491 Parket bij de Hoge Raad 19-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:816 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1393 Parket bij de Hoge Raad 18-12-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1263 Parket bij de Hoge Raad 13-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:635 Parket bij de Hoge Raad 20-06-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:383 Parket bij de Hoge Raad 18-04-2017
- ECLI:NL:PHR:2015:437 Parket bij de Hoge Raad 17-02-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:1677 Parket bij de Hoge Raad 24-06-2014
Volledige tekst
Volledige tekst (7.977 tekens)
9 oktober 2012
Strafkamer
nr. S 12/00818
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 mei 2011, nummer 22/002095-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Haaglanden, locatie Zoetermeer" te Zoetermeer.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.P. Stipdonk, advocaat te Leiden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte wist dat de mobiele telefoon een door misdrijf verkregen goed betrof.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij in de periode van 14 februari 2010 tot en met 30 maart 2010 te Leiden een telefoon (Nokia 2330) voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die telefoon wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
a. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg, voor zover inhoudende:
"A: Ik heb in de periode van 14 februari 2010 tot en met 30 maart 2010 te Leiden een telefoon (Nokia) voorhanden gehad.
B: Ik had de telefoon gekocht van iemand op straat."
b. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als de op 14 februari 2010 afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
"Vanmorgen rond 06.00 uur à 06.15 uur werd er aangebeld. Ik opende de deur en zag een vaag gezicht voor mij. Ik zag dat een andere man een donkere bivakmuts op zijn hoofd had. Ik kreeg een harde klap in mijn gezicht van die man met de bivakmuts. Ik werd vervolgens mijn woning ingeduwd en zag meerdere mensen mijn woning in komen. In mijn woning werd ik vervolgens meerdere keren (met knuppels) door hen geslagen. Na hun vertrek wilde ik mijn GSM telefoon van tafel pakken om mijn moeder te bellen. Ik zag dat mijn telefoon van tafel was verdwenen. Het betreft een Nokia prepaid, kleur zilver. Mijn telefoonnummer is 06[001]."
c. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Uit de verkregen gegevens bleek dat ten tijde dat in deze telefoon de simkaart 06-[001] aanwezig was het Imeinummer van de gestolen telefoon was: [002].
Uit gegevens van de verstrekking bleek dat na het tijdstip van 14 februari 2010 omstreeks 06.20 uur deze telefoon is gebruikt door 06-[003]. Het eerste contact middels de telefoon met dat nummer was om 06.31 uur, zijnde ongeveer 10 minuten na het gepleegde feit.
Uit gegevens van de CIOT bleek dit telefoonnummer te zijn afgegeven aan:
[Betrokkene 2], wonende te [woonplaats].
Uit gegevens uit het afluisteren van de telefoon met het Imeinummer [002] bleek het volgende:
Op 10 maart 2010 te 16.46 uur vindt een telefoongesprek plaats waarbij de uitbellende partij gebruik maakt van de telefoonaansluiting 06-[004]. In de loop van de dagen daarna blijkt dat de simkaart met dit telefoonnummer 06-[004] in deze telefoon blijft en dat de gebruiker van dit nummer "[verdachte]" wordt genoemd."
Uit gegevens van het bedrijfsprocessensysteem van de politie Hollands Midden blijkt dat:
[Betrokkene 2]
Geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985
Zij was middels haar 06-[003] de eerste gebruiker van de na de overval gestolen telefoon.
Zij is de vriendin van [verdachte],
Geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983"
d. geschriften, te weten telefoontapgesprekken, welke geschriften inhouden een door de verdachte en met de verdachte op 10 maart 2010 gevoerd telefoongesprek:
"Gesprekgegevens: [...]
Tijdstip: 10-03-10 16:46:41 In/uit: U
Met nummer: 31/[005]
Tenaamstelling:
Onbekend: TMobile, prepaid
Beller: [verdachte] (SH) 06-[004]
Gebelde: [betrokkene 3] (SH)
Onderwerp: 11 gaat niet door
Inhoud:
Cell OD: Rijnkade te Leiden
[Verdachte] (SH) [betrokkene 3] (SH)
[Verdachte] zegt: Gaat het nog door allemaal door dan.
[Betrokkene 3] zegt: Ja toch.
[Verdachte] zegt: Zeg jij maar een tijd.
[Betrokkene 3] zegt: Heb jij zijn nummer dan.
[Verdachte] zegt: Nee maat ik zat te denken om half vijf als hij met die taart aan komt zetten. Ik weet nog wel iets dat is beter, ik bel hem dat hij die taart om zeven uur komt brengen. Jij komt mij dan ophalen.
[Betrokkene 3] zegt: Bij die woonboot gewoon weer.
[Verdachte] zegt: Ja.
Gesprekgegevens: [...]
Tijdstip:10-03-10 19:14:39 In/uit: I
Met nummer:31/[005]
Tenaamstelling:
Onbekend:TMobile, prepaid
Beller:[betrokkene 3] (SH)
Gebelde: [verdachte] (SH)
Onderwerp:19 ben er over een half uurtje
Inhoud:
Cell ID: Zijldijk te Leiden
[Verdachte] (SH) WGD [betrokkene 3] (SH)
[Verdachte] zegt: Hallo.
[Betrokkene 3] zegt: He [verdachte] alles goed jongen.
[Verdachte] zegt: Ik ben over een halfuurtje bij jou want ik ben wat aan het uitzoeken in het belang van ons.
[Betrokkene 3] zegt: Is perfect jongen, dank je met een klein half uurtje.
[Verdachte] zegt; Ja voor achten ben ik bij jou.
[Betrokkene 3] zegt: Probeer een beetje kwart voor acht of zo want je weet maar nooit of zij liggen te pitten of zo.
[Verdachte] zegt: Juist, juist."
2.2.3. Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts nog het volgende overwogen:
"Uit voornoemde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien en de uiterlijke omstandigheid van het geval leidt het hof af dat het niet anders kan zijn, dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de telefoon wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Immers: uit het dossier kan niet worden afgeleid dat het hier om een complete telefoon (met bijbehorende oplader) ging, maar slechts om een "kale" telefoon, die op een zeer ongebruikelijke tijd en vreemde plaats van een onbekende wordt gekocht voor relatief weinig geld."
2.3. Blijkens de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen in samenhang met de nadere bewijsoverweging heeft het Hof uit de door hem vastgestelde omstandigheden, in het bijzonder dat de verdachte de telefoon zonder bijbehorende oplader op een zeer ongebruikelijke tijd en vreemde plaats van een onbekende heeft gekocht voor relatief weinig geld, terwijl ongeveer tien minuten na de overval waarbij de desbetreffende telefoon was ontvreemd de eerste gebruiker van de telefoon de vriendin van de verdachte was, kunnen afleiden dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de telefoon wist - in de betekenis van voorwaardelijk opzet - dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
De bewezenverklaring is naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel faalt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 9 oktober 2012.
Strafkamer
nr. S 12/00818
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 mei 2011, nummer 22/002095-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Haaglanden, locatie Zoetermeer" te Zoetermeer.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.P. Stipdonk, advocaat te Leiden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte wist dat de mobiele telefoon een door misdrijf verkregen goed betrof.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij in de periode van 14 februari 2010 tot en met 30 maart 2010 te Leiden een telefoon (Nokia 2330) voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die telefoon wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
a. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg, voor zover inhoudende:
"A: Ik heb in de periode van 14 februari 2010 tot en met 30 maart 2010 te Leiden een telefoon (Nokia) voorhanden gehad.
B: Ik had de telefoon gekocht van iemand op straat."
b. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als de op 14 februari 2010 afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
"Vanmorgen rond 06.00 uur à 06.15 uur werd er aangebeld. Ik opende de deur en zag een vaag gezicht voor mij. Ik zag dat een andere man een donkere bivakmuts op zijn hoofd had. Ik kreeg een harde klap in mijn gezicht van die man met de bivakmuts. Ik werd vervolgens mijn woning ingeduwd en zag meerdere mensen mijn woning in komen. In mijn woning werd ik vervolgens meerdere keren (met knuppels) door hen geslagen. Na hun vertrek wilde ik mijn GSM telefoon van tafel pakken om mijn moeder te bellen. Ik zag dat mijn telefoon van tafel was verdwenen. Het betreft een Nokia prepaid, kleur zilver. Mijn telefoonnummer is 06[001]."
c. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Uit de verkregen gegevens bleek dat ten tijde dat in deze telefoon de simkaart 06-[001] aanwezig was het Imeinummer van de gestolen telefoon was: [002].
Uit gegevens van de verstrekking bleek dat na het tijdstip van 14 februari 2010 omstreeks 06.20 uur deze telefoon is gebruikt door 06-[003]. Het eerste contact middels de telefoon met dat nummer was om 06.31 uur, zijnde ongeveer 10 minuten na het gepleegde feit.
Uit gegevens van de CIOT bleek dit telefoonnummer te zijn afgegeven aan:
[Betrokkene 2], wonende te [woonplaats].
Uit gegevens uit het afluisteren van de telefoon met het Imeinummer [002] bleek het volgende:
Op 10 maart 2010 te 16.46 uur vindt een telefoongesprek plaats waarbij de uitbellende partij gebruik maakt van de telefoonaansluiting 06-[004]. In de loop van de dagen daarna blijkt dat de simkaart met dit telefoonnummer 06-[004] in deze telefoon blijft en dat de gebruiker van dit nummer "[verdachte]" wordt genoemd."
Uit gegevens van het bedrijfsprocessensysteem van de politie Hollands Midden blijkt dat:
[Betrokkene 2]
Geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985
Zij was middels haar 06-[003] de eerste gebruiker van de na de overval gestolen telefoon.
Zij is de vriendin van [verdachte],
Geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983"
d. geschriften, te weten telefoontapgesprekken, welke geschriften inhouden een door de verdachte en met de verdachte op 10 maart 2010 gevoerd telefoongesprek:
"Gesprekgegevens: [...]
Tijdstip: 10-03-10 16:46:41 In/uit: U
Met nummer: 31/[005]
Tenaamstelling:
Onbekend: TMobile, prepaid
Beller: [verdachte] (SH) 06-[004]
Gebelde: [betrokkene 3] (SH)
Onderwerp: 11 gaat niet door
Inhoud:
Cell OD: Rijnkade te Leiden
[Verdachte] (SH) [betrokkene 3] (SH)
[Verdachte] zegt: Gaat het nog door allemaal door dan.
[Betrokkene 3] zegt: Ja toch.
[Verdachte] zegt: Zeg jij maar een tijd.
[Betrokkene 3] zegt: Heb jij zijn nummer dan.
[Verdachte] zegt: Nee maat ik zat te denken om half vijf als hij met die taart aan komt zetten. Ik weet nog wel iets dat is beter, ik bel hem dat hij die taart om zeven uur komt brengen. Jij komt mij dan ophalen.
[Betrokkene 3] zegt: Bij die woonboot gewoon weer.
[Verdachte] zegt: Ja.
Gesprekgegevens: [...]
Tijdstip:10-03-10 19:14:39 In/uit: I
Met nummer:31/[005]
Tenaamstelling:
Onbekend:TMobile, prepaid
Beller:[betrokkene 3] (SH)
Gebelde: [verdachte] (SH)
Onderwerp:19 ben er over een half uurtje
Inhoud:
Cell ID: Zijldijk te Leiden
[Verdachte] (SH) WGD [betrokkene 3] (SH)
[Verdachte] zegt: Hallo.
[Betrokkene 3] zegt: He [verdachte] alles goed jongen.
[Verdachte] zegt: Ik ben over een halfuurtje bij jou want ik ben wat aan het uitzoeken in het belang van ons.
[Betrokkene 3] zegt: Is perfect jongen, dank je met een klein half uurtje.
[Verdachte] zegt; Ja voor achten ben ik bij jou.
[Betrokkene 3] zegt: Probeer een beetje kwart voor acht of zo want je weet maar nooit of zij liggen te pitten of zo.
[Verdachte] zegt: Juist, juist."
2.2.3. Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts nog het volgende overwogen:
"Uit voornoemde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien en de uiterlijke omstandigheid van het geval leidt het hof af dat het niet anders kan zijn, dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de telefoon wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Immers: uit het dossier kan niet worden afgeleid dat het hier om een complete telefoon (met bijbehorende oplader) ging, maar slechts om een "kale" telefoon, die op een zeer ongebruikelijke tijd en vreemde plaats van een onbekende wordt gekocht voor relatief weinig geld."
2.3. Blijkens de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen in samenhang met de nadere bewijsoverweging heeft het Hof uit de door hem vastgestelde omstandigheden, in het bijzonder dat de verdachte de telefoon zonder bijbehorende oplader op een zeer ongebruikelijke tijd en vreemde plaats van een onbekende heeft gekocht voor relatief weinig geld, terwijl ongeveer tien minuten na de overval waarbij de desbetreffende telefoon was ontvreemd de eerste gebruiker van de telefoon de vriendin van de verdachte was, kunnen afleiden dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de telefoon wist - in de betekenis van voorwaardelijk opzet - dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
De bewezenverklaring is naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel faalt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 9 oktober 2012.