Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2012:BX1760

2012-06-15 Strafrecht 11/01252
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2012-06-15
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
11/01252
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJB 2012/1619 | RvdW 2012/1292 | NJ 2012/592 | EeR 2012, afl. 5, p. 206

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 51m Sv. Het middel berust kennelijk op de opvatting dat het Hof heeft verzuimd de ter terechtzitting gehoorde deskundige tevens als getuige te beëdigen berust op een onjuiste opvatting. De o.g.v. art. 51m.2 Sv door de deskundige afgelegde eed/belofte dat hij naar waarheid en zijn geweten zal verklaren, omvat dat hij ook als mogelijke getuige naar waarheid zal verklaren.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.077 tekens)
15 juni 2012
Strafkamer
nr. S 11/01252


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 juni 2010, nummer 20/002859-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, wonende te [woonplaats].


1. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.



2. Beoordeling van het derde middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd de ter terechtzitting gehoorde deskundige tevens als getuige te beëdigen.


2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 29 april 2010 houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
"De voorzitter doet de deskundige H.C.E. Groven voor het hof verschijnen.
Deze doet op de vragen van de voorzitter opgave omtrent naam, voornamen, geboortedatum, beroep, woon- of verblijfplaats zoals hieronder is vermeld, verklaart geen bloed- of aanverwant van verdachte te zijn en legt vervolgens op de bij de wet voorgeschreven wijze in handen van de voorzitter de belofte af dat hij als deskundige naar waarheid en zijn geweten zal verklaren."



2.3. Art. 51m, tweede lid, Sv, dat is ingevoerd bij de op 1 januari 2010 in werking getreden Wet deskundige in strafzaken (Stb. 2009, 33), luidt als volgt:
"De deskundige wordt bij zijn verhoor op de terechtzitting beëdigd dat hij naar waarheid en zijn geweten zal verklaren."


2.4. Uit het hiervoor onder 2.2 weergegeven proces-verbaal blijkt dat de deskundige in overeenstemming met art. 51m, tweede lid, Sv de belofte heeft afgelegd. Het middel berust kennelijk op de opvatting dat nu de deskundige - gelet de inhoud van de door hem afgelegde verklaring - tevens als getuige is gehoord, hij ook afzonderlijk als getuige had moeten worden beëdigd. Die opvatting is onjuist aangezien de op grond van art. 51m, tweede lid, Sv door de deskundige afgelegde eed/belofte dat hij naar waarheid en zijn geweten zal verklaren, omvat dat hij ook als mogelijke getuige naar waarheid zal verklaren.

2.5. Het middel faalt.

3. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 15 juni 2012.