Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2012:BW7369

2012-06-05 Strafrecht 11/01196
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2012-06-05
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
11/01196
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2012/840

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verdachte mist belang bij bespreking van het middel dat klaagt dat het Hof ten onrechte een bevel gevangenneming heeft gegeven omdat de Rb in haar vonnis het eerder gegeven, nadien geschorste bevel tot voorlopige hechtenis had opgeheven. Nu het andere voorgestelde middel geen doel treft en de HR geen grond aanwezig oordeelt voor ambtshalve cassatie, zal o.g.v. art. 26 aanhef en onder a Sr de bij ’s Hofs arrest opgelegde gevangenisstraf - waarop de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd in mindering zal worden gebracht - op de dag van de uitspraak van de HR ingaan.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (7)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.206 tekens)
5 juni 2012
Strafkamer
nr. S 11/01196
IC/CeH


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 23 februari 2011, nummer 24/003227-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, wonende te [woonplaats].


1. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep voor zover gericht tegen het bevel gevangenneming en tot verwerping van het beroep voor het overige.


2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het tweede middel

3.1. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte een bevel gevangenneming heeft gegeven omdat de Rechtbank in haar vonnis het eerder gegeven, nadien geschorste bevel tot voorlopige hechtenis had opgeheven.

3.2. Bij een bespreking van het middel mist de verdachte het vereiste belang. Immers, nu het hiervoor besproken middel geen doel treft, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden einduitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, zal op grond van art. 26, aanhef en onder a, Sr de bij 's Hofs arrest opgelegde gevangenisstraf - waarop de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd in mindering zal worden gebracht - op de dag van de uitspraak van de Hoge Raad ingaan.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 juni 2012.