Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2012:BW3218
2012-06-08
Civiel recht
11/01993
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BW3218 → ECLI:NL:PHR:2012:BW3218
Inhoudsindicatie
Art. 81 RO. Schadevordering. Beroepsfout advocaat bij begeleiding aanbesteding?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.112 tekens)
8 juni 2012
Eerste Kamer
11/01993
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. JPMI NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Middelburg,
4. KVASIR B.V.,
gevestigd te Terneuzen,
5. UTH PRAKTIJK B.V.,
gevestigd te Middelburg,
6. TULP B.V.,
gevestigd te Middelburg,
7. [Verweerster 7],
gevestigd te [vestigingsplaats],
8. BOEWOO B.V.,
gevestigd te Terneuzen,
9. WINEA B.V.,
gevestigd te Middelburg,
10. VÄSTRA SILEN B.V.,
gevestigd te Vlissingen,
11. PANOPLIA B.V.,
gevestigd te Middelburg,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 62271/HA ZA 08-163 van de rechtbank Middelburg van 25 juni 2008 en 11 februari 2009;
b. het arrest in de zaak 200.033.027 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 december 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. R.L. de Graaff, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal A. Hammerstein strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar beroep jegens [verweerder] en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 26 april 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 8 juni 2012.
Eerste Kamer
11/01993
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. JPMI NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Middelburg,
4. KVASIR B.V.,
gevestigd te Terneuzen,
5. UTH PRAKTIJK B.V.,
gevestigd te Middelburg,
6. TULP B.V.,
gevestigd te Middelburg,
7. [Verweerster 7],
gevestigd te [vestigingsplaats],
8. BOEWOO B.V.,
gevestigd te Terneuzen,
9. WINEA B.V.,
gevestigd te Middelburg,
10. VÄSTRA SILEN B.V.,
gevestigd te Vlissingen,
11. PANOPLIA B.V.,
gevestigd te Middelburg,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 62271/HA ZA 08-163 van de rechtbank Middelburg van 25 juni 2008 en 11 februari 2009;
b. het arrest in de zaak 200.033.027 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 december 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. R.L. de Graaff, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal A. Hammerstein strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar beroep jegens [verweerder] en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 26 april 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 8 juni 2012.