Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2012:BU8730

2012-02-07 Strafrecht 10/05325 E
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2012-02-07
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
10/05325 E
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2012/301 | NJ 2012/120 | JONDR 2012/486

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Economische zaak. HR: art. 81 RO. Anders dan de conclusie AG: geen ambtshalve grond voor vernietiging (geen gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van feit 3).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.300 tekens)
7 februari 2012
Strafkamer
nr. S 10/05325 E


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, Economische Kamer, van 4 mei 2010, nummer 23/002940-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947, wonende te [woonplaats].


1. Geding in cassatie


1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.J.P. van Omme, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De raadsman van de verdachte, mr. R-J. Boswijk, advocaat te Amsterdam, heeft een aanvullende schriftuur ingediend. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend voor zover het Hof heeft geoordeeld dat het onder 3 bewezenverklaarde strafbaar is en in zoverre tot ontslag van alle rechtsvervolging, met verwerping van het beroep voor het overige.


1.2. De raadsman van de verdachte, mr. C.J. van Bavel, advocaat te Amsterdam, heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd (er is immers - anders dan de Advocaat-Generaal concludeert - geen sprake van een gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van het onder 3 bewezenverklaarde dat ook betrekking heeft op de vóór de wetswijziging begane strafbare feiten; vgl. HR 12 juli 2011, LJN BP6878), moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 7 februari 2012.