Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2012:BQ3008

2012-11-16 Civiel recht 11/01118
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2012-11-16
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
11/01118
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2012/1440 | NJB 2012/2421 | JWB 2012/538

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO (principaal cassatieberoep). Verjaring van vordering tot vernietiging van scheiding en deling; verjaring schadevordering uit onrechtmatige daad. Incidenteel cassatieberoep: Incidenteel hoger beroep ingesteld? Uitleg gedingstukken. Kostenveroordeling.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.287 tekens)
16 november 2012
Eerste Kamer
11/01118
EE/LZ


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. M.E. Franke,


t e g e n


[De man],
wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties


Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 204984/HA ZA 05-2491 van de rechtbank Utrecht van 1 februari 2006 en 2 mei 2007;
b. de arresten in de zaak 104.004.175 (rolnummer oud 2007/01140) van het gerechtshof te Amsterdam van 17 juni 2008 en 24 augustus 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de arresten van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt in het principaal cassatieberoep tot verwerping en in het incidenteel cassatieberoep tot vernietiging.


3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het middel in het incidentele beroep

4.1. Het middel keert zich in de eerste plaats tegen de vaststelling van het hof dat de man incidenteel hoger beroep heeft ingesteld (eindarrest, rov. 3.1), en in de tweede plaats tegen de door het hof uitgesproken veroordeling van de man in de kosten van het incidenteel hoger beroep (eindarrest, rov. 3.12).

4.2. Beide klachten zijn gegrond. Nu de door de man genomen 'memorie van antwoord, tevens inhoudende een zelfstandig appel' geen gronden voor het hoger beroep bevat en uitsluitend strekt tot bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank, betreft het laatste gedeelte van de kop van dit stuk onmiskenbaar een vergissing en is dus geen andere conclusie mogelijk dan dat de man geen incidenteel hoger beroep heeft ingesteld. Vaste rechtspraak is bovendien dat een incidenteel hoger beroep dat onnodig is omdat het betrekking heeft op een geschilpunt dat de appelrechter ook zonder dat beroep moet behandelen, geen grond kan opleveren voor een kostenveroordeling (HR 10 juni 1988, LJN AC1506, NJ 1989/30, HR 11 mei 2012, LJN BV9966, NJ 2012/319, en HR 12 oktober 2012, LJN BW9243).

4.3. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door te beslissen als hierna vermeld.

5. Beslissing


De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de vrouw in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de man begroot op € 1.938,11 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;



in het incidentele beroep:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 24 augustus 2010 voor zover gewezen in het incidenteel hoger beroep en verstaat dat de man geen incidenteel hoger beroep heeft ingesteld;
veroordeelt de vrouw in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de man begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 november 2012.