Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2011:BU5640
2011-11-25
Civiel recht
10/02356
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BU5640 → ECLI:NL:PHR:2011:BU5640
Inhoudsindicatie
Art. 81 RO. Vordering tot vernietiging bindend advies; art. 7:904 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.080 tekens)
25 november 2011
Eerste Kamer
10/02356
DV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te Winkel, gemeente Niedorp,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos,
t e g e n
Cornelis REZELMAN,
wonende te Kreileroord, gemeente Wieringermeer,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Vis en Rezelman.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 97608/HA ZA 07-736 van de rechtbank Alkmaar van 14 november 2007 en 9 april 2008;
b. het arrest in de zaak 200.013.013/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 26 januari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Vis beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Rezelman is verstek verleend.
Vis heeft afgezien van schriftelijke toelichting.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Vis in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rezelman begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en G. Snijders en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 25 november 2011.
Eerste Kamer
10/02356
DV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te Winkel, gemeente Niedorp,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos,
t e g e n
Cornelis REZELMAN,
wonende te Kreileroord, gemeente Wieringermeer,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Vis en Rezelman.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 97608/HA ZA 07-736 van de rechtbank Alkmaar van 14 november 2007 en 9 april 2008;
b. het arrest in de zaak 200.013.013/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 26 januari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Vis beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Rezelman is verstek verleend.
Vis heeft afgezien van schriftelijke toelichting.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Vis in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rezelman begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en G. Snijders en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 25 november 2011.