Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2011:BT7598
2011-12-16
Civiel recht
10/04952
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2011:BT7598 → ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ4037 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BT7598 → ECLI:NL:PHR:2011:BT7598
Inhoudsindicatie
Art. 81 RO. Opdracht. Werkzaamheden architect rechtstreeks verricht in opdracht van projectontwikkelaar?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.200 tekens)
16 december 2011
Eerste Kamer
10/04952
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. HOLGRO B.V.,
gevestigd te Maastricht,
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats], België,
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Eiser in cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [eiser]. Verweerders in cassatie zullen hierna, gezamenlijk, ook worden aangeduid als Holgro c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 121554/HA ZA 07-679 van de rechtbank Maastricht van 1 oktober 2008;
b. het arrest in de zaak HD 200.018.990 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 27 april 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Holgro c.s. is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Holgro c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 december 2011.
Eerste Kamer
10/04952
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. HOLGRO B.V.,
gevestigd te Maastricht,
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats], België,
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Eiser in cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [eiser]. Verweerders in cassatie zullen hierna, gezamenlijk, ook worden aangeduid als Holgro c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 121554/HA ZA 07-679 van de rechtbank Maastricht van 1 oktober 2008;
b. het arrest in de zaak HD 200.018.990 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 27 april 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Holgro c.s. is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Holgro c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 december 2011.