Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2011:BT1862

2011-11-01 Strafrecht 11/00428 H
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2011-11-01
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Herziening
Zaaknummer
11/00428 H
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2011/1369

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Herziening. De aanvrage berust op de stelling dat aanvrager reeds eerder is veroordeeld voor hetzelfde feit. Op de door de A-G in zijn conclusie genoemde gronden moet de door aanvrager gestelde omstandigheid worden aangemerkt als een omstandigheid a.b.i. art. 457.1 aanhef en onder 2° Sv. De HR verklaart de aanvrage tot herziening gegrond.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.584 tekens)
1 november 2011
Strafkamer
nr. 11/00428 H


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 26 oktober 2010, nummer 09/095124-09, ingediend door mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, namens:
[Aanvrager] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats].


1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen" veroordeeld tot een geldboete van € 310,-, subsidiair zes dagen hechtenis, met verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen oranje minibike, type Dirtbike.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat hij reeds eerder is veroordeeld voor hetzelfde feit.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

4. Beoordeling van de aanvrage

Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie genoemde gronden moet de door de aanvrager gestelde omstandigheid worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus gegrond.

5. Beslissing

De Hoge Raad:


verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 26 oktober 2010;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.


Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 1 november 2011.