Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2011:BR0664
2011-10-28
Bestuursrecht; Belastingrecht
10/03727
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2011:BR0664 → ECLI:NL:GHSHE:2010:BO3295 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BR0664 → ECLI:NL:PHR:2011:BR0664
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting. Art. 5.2 en 5.3 Wet IB 2001. Prijs oudejaarsloterij behoort tot rendementsgrondslag box 3 aan het einde van het kalenderjaar. Geen schending art. 1 Eerste Protocol EVRM.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (54)
- ECLI:NL:GHAMS:2022:803 Gerechtshof Amsterdam 15-03-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:804 Gerechtshof Amsterdam 15-03-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2020:9098 Rechtbank Noord-Holland 30-10-2020
- ECLI:NL:RBNHO:2020:9094 Rechtbank Noord-Holland 30-10-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2020:1489 Gerechtshof Den Haag 11-08-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:211 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:211 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:186 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3425 Gerechtshof Den Haag 18-12-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:9674 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-11-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:2746 Gerechtshof Den Haag 09-10-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:1998 Gerechtshof Den Haag 16-07-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:1998 Gerechtshof Den Haag 16-07-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:3101 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-04-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:1434 Rechtbank Noord-Holland 22-02-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:1434 Rechtbank Noord-Holland 22-02-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1443 Parket bij de Hoge Raad 31-12-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:4633 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 09-11-2018
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3126 Gerechtshof Den Haag 16-10-2018
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3125 Gerechtshof Den Haag 16-10-2018
- ECLI:NL:RBNNE:2018:3434 Rechtbank Noord-Nederland 29-08-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:2590 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15-06-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:2589 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15-06-2018
- ECLI:NL:RBDHA:2018:5396 Rechtbank Den Haag 04-05-2018
- ECLI:NL:HR:2018:511 Hoge Raad 06-04-2018
- ECLI:NL:GHAMS:2018:146 Gerechtshof Amsterdam 23-01-2018
- ECLI:NL:GHAMS:2018:83 Gerechtshof Amsterdam 16-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1397 Parket bij de Hoge Raad 15-12-2017
- ECLI:NL:GHAMS:2017:5510 Gerechtshof Amsterdam 12-12-2017
- ECLI:NL:RBNNE:2017:4328 Rechtbank Noord-Nederland 14-11-2017
- ECLI:NL:GHDHA:2017:3585 Gerechtshof Den Haag 05-09-2017
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1723 Gerechtshof Den Haag 07-06-2017
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1637 Gerechtshof Den Haag 07-06-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2017:4924 Rechtbank Noord-Holland 21-04-2017
- ECLI:NL:RBGEL:2017:1661 Rechtbank Gelderland 28-03-2017
- ECLI:NL:RBGEL:2017:1662 Rechtbank Gelderland 28-03-2017
- ECLI:NL:RBGEL:2017:1662 Rechtbank Gelderland 28-03-2017
- ECLI:NL:RBGEL:2017:1661 Rechtbank Gelderland 28-03-2017
- ECLI:NL:GHARL:2017:1614 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-02-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2017:442 Rechtbank Noord-Holland 25-01-2017
- ECLI:NL:RBNNE:2017:153 Rechtbank Noord-Nederland 19-01-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2016:7491 Rechtbank Noord-Holland 27-07-2016
- ECLI:NL:GHDHA:2016:945 Gerechtshof Den Haag 23-03-2016
- ECLI:NL:GHDHA:2016:945 Gerechtshof Den Haag 23-03-2016
- ECLI:NL:GHARL:2016:1476 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-02-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:41 Parket bij de Hoge Raad 04-02-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:41 Parket bij de Hoge Raad 04-02-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:41 Parket bij de Hoge Raad 04-02-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:41 Parket bij de Hoge Raad 04-02-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:41 Parket bij de Hoge Raad 04-02-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:41 Parket bij de Hoge Raad 04-02-2016
- ECLI:NL:GHDHA:2016:32 Gerechtshof Den Haag 06-01-2016
- ECLI:NL:HR:2015:812 Hoge Raad 03-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:2461 Parket bij de Hoge Raad 17-12-2014
Volledige tekst
Volledige tekst (3.732 tekens)
Nr. 10/03727
28 oktober 2011
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 juli 2010, nr. 08/00596, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2004 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
De Rechtbank te Breda (nr. AWB 07/5057) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Na het verstrijken van de cassatietermijn heeft belanghebbende nog een tweetal geschriften ingediend. Daartoe biedt de wet evenwel niet de mogelijkheid. De Hoge Raad slaat op die stukken daarom geen acht.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 14 juni 2011 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende heeft op 31 december 2004 met enkele loten deelgenomen aan de oudejaarsloterij van de Staatsloterij. De uitslag van de trekking is op 31 december 2004, tijdens een televisie-uitzending, bekendgemaakt om enkele minuten vóór 24.00 uur.
3.1.2. Op één van de loten van belanghebbende is de hoofdprijs van € 20.000.000 gevallen.
3.1.3. Het prijzengeld is op 4 januari 2005 op de bankrekening van belanghebbende bijgeschreven.
3.2. Voor het Hof was in geschil of de prijs behoort tot de rendementsgrondslag aan het einde van het kalenderjaar 2004.
3.3. Het Hof heeft die vraag bevestigend beantwoord. Het heeft daartoe overwogen dat de loten waarop een prijs is gevallen, vanaf het moment van bekendmaking van de trekkingsuitslag op de televisie een waarde in het economische verkeer hebben die in beginsel gelijk is aan de waarde van de op het desbetreffende lot gevallen prijs, zodat de waarde van het lot waarop de hoofdprijs is gevallen op 31 december 2004 moet worden gewaardeerd op € 20.000.000. Daaraan doet niet af dat belanghebbende de prijs eerst op 4 januari 2005 heeft ontvangen en deze derhalve niet in het jaar 2004 rendabel heeft kunnen maken, aldus het Hof. Tegen dit oordeel richten zich de klachten.
3.4. De klachten falen op de gronden als vermeld in de onderdelen 7.14 tot en met 7.18 van de conclusie van de Advocaat-Generaal. Opmerking verdient dat de onderhavige heffing geen inbreuk vormt op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (vgl. HR 12 augustus 2011, nr. 10/02949, LJN BR4868, BNB 2011/248).
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, J.W.M. Tijnagel, M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2011.
28 oktober 2011
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 juli 2010, nr. 08/00596, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2004 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
De Rechtbank te Breda (nr. AWB 07/5057) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Na het verstrijken van de cassatietermijn heeft belanghebbende nog een tweetal geschriften ingediend. Daartoe biedt de wet evenwel niet de mogelijkheid. De Hoge Raad slaat op die stukken daarom geen acht.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 14 juni 2011 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende heeft op 31 december 2004 met enkele loten deelgenomen aan de oudejaarsloterij van de Staatsloterij. De uitslag van de trekking is op 31 december 2004, tijdens een televisie-uitzending, bekendgemaakt om enkele minuten vóór 24.00 uur.
3.1.2. Op één van de loten van belanghebbende is de hoofdprijs van € 20.000.000 gevallen.
3.1.3. Het prijzengeld is op 4 januari 2005 op de bankrekening van belanghebbende bijgeschreven.
3.2. Voor het Hof was in geschil of de prijs behoort tot de rendementsgrondslag aan het einde van het kalenderjaar 2004.
3.3. Het Hof heeft die vraag bevestigend beantwoord. Het heeft daartoe overwogen dat de loten waarop een prijs is gevallen, vanaf het moment van bekendmaking van de trekkingsuitslag op de televisie een waarde in het economische verkeer hebben die in beginsel gelijk is aan de waarde van de op het desbetreffende lot gevallen prijs, zodat de waarde van het lot waarop de hoofdprijs is gevallen op 31 december 2004 moet worden gewaardeerd op € 20.000.000. Daaraan doet niet af dat belanghebbende de prijs eerst op 4 januari 2005 heeft ontvangen en deze derhalve niet in het jaar 2004 rendabel heeft kunnen maken, aldus het Hof. Tegen dit oordeel richten zich de klachten.
3.4. De klachten falen op de gronden als vermeld in de onderdelen 7.14 tot en met 7.18 van de conclusie van de Advocaat-Generaal. Opmerking verdient dat de onderhavige heffing geen inbreuk vormt op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (vgl. HR 12 augustus 2011, nr. 10/02949, LJN BR4868, BNB 2011/248).
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, J.W.M. Tijnagel, M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2011.