Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2011:BQ8086
2011-09-30
Civiel recht
10/00366
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BQ8086 → ECLI:NL:PHR:2011:BQ8086
Inhoudsindicatie
Art. 81 RO. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 314 BW. Bezit en houderschap; art. 3:111 e.v. BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (16)
- ECLI:NL:PHR:2025:1238 Parket bij de Hoge Raad 14-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4030 Rechtbank Den Haag 12-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:804 Parket bij de Hoge Raad 02-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:380 Parket bij de Hoge Raad 31-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:295 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:30 Parket bij de Hoge Raad 14-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:980 Parket bij de Hoge Raad 15-10-2021
- ECLI:NL:GHARL:2020:4417 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:19 Parket bij de Hoge Raad 10-01-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1151 Parket bij de Hoge Raad 08-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2016:532 Parket bij de Hoge Raad 17-06-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:198 Parket bij de Hoge Raad 01-04-2016
- ECLI:NL:PHR:2015:692 Parket bij de Hoge Raad 22-05-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:692 Parket bij de Hoge Raad 22-05-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:570 Parket bij de Hoge Raad 01-05-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:505 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2015
Volledige tekst
Volledige tekst (2.357 tekens)
30 september 2011
Eerste Kamer
10/00366
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 273380/HAZA 06-3201 van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 november 2006 en 26 september 2007;
b. de arresten in de zaak 105.007.513/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 december 2008 en 15 september 2009.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 15 september 2009 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De
cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 23 juni 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 30 september 2011.
Eerste Kamer
10/00366
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 273380/HAZA 06-3201 van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 november 2006 en 26 september 2007;
b. de arresten in de zaak 105.007.513/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 december 2008 en 15 september 2009.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 15 september 2009 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De
cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 23 juni 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 30 september 2011.