Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2011:BP4796

2011-05-20 Civiel recht; Personen- en familierecht 10/02404
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2011-05-20
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
10/02404
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2011/649 | NJB 2011, 1138 | RFR 2011/93 | JWB 2011/269

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Familierecht; vaststelling kinderalimentatie; art. 1:397, 404 BW. Oordeel hof over draagkracht man onvoldoende gemotiveerd. Deels verwerping op de voet van art. 81 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.495 tekens)
20 mei 2011
Eerste Kamer
10/02404
DV/TT


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,


t e g e n


[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties


Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 255365/FA RK 08-5690 van de rechtbank Utrecht van 25 februari 2009 en 1 april 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.040.793 van het gerechtshof te Amsterdam van 9 maart 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking.


3. Beoordeling van de middelen

3.1 De zaak gaat over de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de drie minderjarige kinderen van partijen. De rechtbank heeft, voor zover in cassatie van belang, die bijdragen met ingang van 1 december 2008 bepaald op € 137,-- per kind en per maand.

3.2 Het hof heeft in zijn rov. 3.5 vastgesteld dat de man (a) tot 1 april 2009 werkzaam is geweest bij Vending@Work B.V. en aldaar een inkomen genoot van € 2.938,62 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en de belaste vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW, (b) van 1 juni 2009 tot 2 september 2009 een WW-uitkering heeft ontvangen die € 1.547,69 bruto per vier weken bedroeg, te vermeerderen met vakantietoeslag en de belaste vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW, (c) tussen 2 september 2009 en 1 januari 2010 in dienst is geweest van H2 uitzendorganisatie BV en in die periode een inkomen genoot van € 1.900,-- bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en de belaste vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW en (d) thans weer een WW-uitkering van € 1.547,69 bruto per vier weken ontvangt, te vermeerderen met vakantietoeslag en de belaste vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW.

3.3 Hiervan uitgaande heeft het hof geoordeeld dat de man met ingang van 1 juni 2009 geen draagkracht meer heeft voor een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen en, nu vaststaat dat de man met ingang van 1 juni 2009 is aangewezen op een WW-uitkering, de beschikking van de rechtbank voor zover die ziet op de tot die datum door de man te betalen bijdragen in stand gelaten en die bijdragen voor de periode vanaf 1 juni 2009 op nihil gesteld (rov. 4.14 en 4.15).

3.4 De klacht van middel I (onder 5.4 en 5.5 in verbinding met 5.3) dat de beschikking van het hof onvoldoende met redenen omkleed is nu in die beschikking geen gemotiveerde beslissing valt te lezen met betrekking tot de draagkracht van de man gedurende de periode na 1 juni 2009 waarin de man wel een baan had - zie hiervoor in 3.2 onder (c) - is gegrond.

3.5 De overige klachten van middel I kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.6 Middel II behoeft geen behandeling. Het verwijzingshof zal het daarin aan de orde gestelde verweer van de vrouw dat zij tot terugbetaling van eventueel teveel betaalde bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen niet in staat is, opnieuw moeten beoordelen.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 9 maart 2010;
verwijst het geding naar het gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing.


Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.C. van Oven, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 mei 2011.