Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2011:BP3073

2011-10-14 Bestuursrecht; Belastingrecht 10/02169
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2011-10-14
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
10/02169
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2011/2488 | V-N 2011/51.4 | BNB 2012/71 met annotatie van R.H. Happé | FutD 2011-2470 | Viditax (FutD) 2011101405

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.406 tekens)
Nr. 10/02169
14 oktober 2011


Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de Minister van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 april 2010, nr. 09/00094, betreffende een aan X te Z (hierna: belanghebbende) gegeven beschikking heffingsrente.

1. Het geding in feitelijke instanties


Aan belanghebbende is voor het jaar 2007 een nadere voorlopige aanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet opgelegd. Bij gelijktijdig gegeven beschikking is heffingsrente in rekening gebracht. De beschikking inzake heffingsrente is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.
De Rechtbank te Breda (nr. AWB 08/3768) heeft het tegen dit besluit ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de in rekening gebrachte heffingsrente verminderd.
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.


2. Geding in cassatie


De Minister heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 30 december 2010 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
De Staatssecretaris van Financiën heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest van de Hoge Raad van 30 september 2011, nr. 10/02171, LJN BP3073, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel, A.H.T. Heisterkamp, M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2011.

Van de Staat wordt ter zake van het door de Minister van Financiën ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 448.