Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2011:BP2627
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BP2627 → ECLI:NL:PHR:2011:BP2627
Inhoudsindicatie
Bewijsklacht. Bewijs van ‘wegnemen’ als bedoeld in art. 310 Sr. Voor een veroordeling ter zake van (voltooide) diefstal van een aan een ander toebehorend goed - een en ander als bedoeld in art. 310 Sr - is onder meer vereist dat de dader zich een zodanige feitelijke heerschappij over dat goed heeft verschaft dan wel dit zodanig aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken dat de wegneming van het goed als voltooid kan gelden. Of daarvan sprake is, is mede afhankelijk van waarderingen van feitelijke aard die in cassatie slechts in beperkte mate kunnen worden getoetst. Het Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat verdachte door de in de bewezenverklaring genoemde goederen te plaatsen op de laadvloer van zijn op het bouwterrein geparkeerde vrachtwagen, zich een zodanige feitelijke heerschappij over de goederen heeft verschaft dat de wegneming daarvan - in de zin van art. 310 Sr - was voltooid. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Anders dan het middel tot uitgangspunt neemt, kan het bewezenverklaarde uit de bewijsmiddelen worden afgeleid.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (65)
- ECLI:NL:RBGEL:2026:2393 Rechtbank Gelderland 26-03-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2026:257 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16871 Rechtbank Den Haag 12-09-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:4584 Rechtbank Overijssel 08-07-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:4581 Rechtbank Overijssel 08-07-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:4581 Rechtbank Overijssel 08-07-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:4584 Rechtbank Overijssel 08-07-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:4577 Rechtbank Overijssel 08-07-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:4577 Rechtbank Overijssel 08-07-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2024:4708 Rechtbank Gelderland 02-07-2024
- ECLI:NL:RBNNE:2024:2372 Rechtbank Noord-Nederland 21-06-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2041 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-03-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3886 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21-11-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3856 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-11-2023
- ECLI:NL:RBOBR:2023:4376 Rechtbank Oost-Brabant 05-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1203 Parket bij de Hoge Raad 20-12-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:11513 Rechtbank Rotterdam 07-12-2022
- ECLI:NL:RBAMS:2022:4201 Rechtbank Amsterdam 08-07-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:1594 Gerechtshof Amsterdam 25-05-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1090 Parket bij de Hoge Raad 23-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:571 Parket bij de Hoge Raad 08-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:368 Parket bij de Hoge Raad 18-05-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1257 Parket bij de Hoge Raad 15-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1124 Parket bij de Hoge Raad 08-12-2020
- ECLI:NL:RBNNE:2020:2244 Rechtbank Noord-Nederland 25-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:576 Parket bij de Hoge Raad 09-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:378 Parket bij de Hoge Raad 14-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:378 Parket bij de Hoge Raad 14-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:378 Parket bij de Hoge Raad 14-04-2020
- ECLI:NL:RBNNE:2020:2234 Rechtbank Noord-Nederland 14-04-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2020:171 Rechtbank Midden-Nederland 17-01-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2019:1882 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-05-2019
- ECLI:NL:HR:2019:676 Hoge Raad 23-04-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:247 Parket bij de Hoge Raad 26-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:208 Parket bij de Hoge Raad 12-03-2019
- ECLI:NL:RBROT:2019:3607 Rechtbank Rotterdam 08-03-2019
- ECLI:NL:HR:2018:1422 Hoge Raad 04-09-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:551 Parket bij de Hoge Raad 05-06-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:551 Parket bij de Hoge Raad 05-06-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:551 Parket bij de Hoge Raad 05-06-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:88 Parket bij de Hoge Raad 06-02-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:88 Parket bij de Hoge Raad 06-02-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1555 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1555 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1555 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1555 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:805 Parket bij de Hoge Raad 23-05-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:805 Parket bij de Hoge Raad 23-05-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:1441 Parket bij de Hoge Raad 15-11-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1441 Parket bij de Hoge Raad 15-11-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1440 Parket bij de Hoge Raad 15-11-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1440 Parket bij de Hoge Raad 15-11-2016
- ECLI:NL:HR:2016:206 Hoge Raad 09-02-2016
- ECLI:NL:HR:2015:3361 Hoge Raad 24-11-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2611 Parket bij de Hoge Raad 27-10-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2611 Parket bij de Hoge Raad 27-10-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2611 Parket bij de Hoge Raad 27-10-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2299 Parket bij de Hoge Raad 29-09-2015
- ECLI:NL:HR:2015:1251 Hoge Raad 19-05-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:683 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2015
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.815 tekens)
Strafkamer
Nr. 09/01652
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 april 2009, nummer 22/002174-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing of verwijzing van de zaak teneinde deze op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring, in het bijzonder over de bewezenverklaring van "wegnemen" als bedoeld in art. 310 Sr.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 17 februari 2008 te Dordrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening op een bouwterrein, gelegen aan de Laan van Londen heeft weggenomen een zaagmachine en een hoeveelheid kabel, toebehorende aan [benadeelde partij]"
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
a. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg, voor zover inhoudende:
"Ik was op 17 februari 2008 op het bouwterrein aan de Laan van Londen in Dordrecht. Ik had een auto meegenomen. Ik had een zaagmachine en een kabel opgeladen en toen kwam de politie."
b. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1]:
"Ik ben bevoegd om namens [benadeelde partij] aangifte te doen van diefstal vanaf een bouwterrein aan de Laan van Londen 100 te Dordrecht. Toen ik op 18 februari 2008 bij het bouwterrein aankwam, werd door mij ontdekt dat er diverse goederen waren weggenomen, waaronder een verrijdbare cirkelzaagmachine en kabels. Aan niemand is toestemming gegeven tot het plegen van het feit."
c. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten dan wel een van hen:
"Op 17 februari 2008, omstreeks 22.30 uur, reden wij over de Laan van Londen te Dordrecht. Wij zagen dat op nummer 100 het toegangshek openstond. Ik, verbalisant [verbalisant 2], zag iemand aan de overzijde van de Laan van Londen wegrennen. Deze persoon werd door ons aangetroffen en aangehouden.
Op het bouwterrein werd door ons een vrachtauto aangetroffen, waarvan de uitlaat nog warm was. Wij zagen dat er een zaagtafel op de laadvloer van de vrachtauto stond."
d. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten:
"Verdachte: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats]
Datum en tijd aanhouding: 17 februari 2008 te 22.40 uur
Locatie aanhouding: Laan van Londen te Dordrecht."
2.3. Voor een veroordeling ter zake van (voltooide) diefstal van een aan een ander toebehorend goed - een en ander als bedoeld in art. 310 Sr - is onder meer vereist dat de dader zich een zodanige feitelijke heerschappij over dat goed heeft verschaft dan wel dit zodanig aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken dat de wegneming van het goed als voltooid kan gelden. Of daarvan sprake is, is mede afhankelijk van waarderingen van feitelijke aard die in cassatie slechts in beperkte mate kunnen worden getoetst.
2.4. Het Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat de verdachte door de in de bewezenverklaring genoemde zaagmachine en kabel te plaatsen op de laadvloer van zijn op het bouwterrein geparkeerde vrachtwagen, zich een zodanige feitelijke heerschappij over de goederen heeft verschaft dat de wegneming daarvan - in de zin van art. 310 Sr - was voltooid. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
2.5. Anders dan het middel tot uitgangspunt neemt, kan het bewezenverklaarde uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan, C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 maart 2011.