Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2011:BP2311
2011-04-01
Civiel recht
09/04168
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BP2311 → ECLI:NL:PHR:2011:BP2311
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht/verbintenissenrecht. Totstandkoming beëindigingovereenkomst tussen werkgever en werknemer in het kader van reorganisatie? Duidelijke en ondubbelzinnige instemming werknemer? Art. 3:33 en 35 BW, art. 6:217, 227 BW. (81 RO)
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2023:776 Parket bij de Hoge Raad 08-09-2023
- ECLI:NL:RBOVE:2021:2470 Rechtbank Overijssel 08-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2017:1429 Parket bij de Hoge Raad 22-12-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.757 tekens)
1 april 2011
Eerste kamer
09/04168
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos,
t e g e n
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: aanvankelijk mr. E. Grabandt, thans mr. J.P. Heering en mr. I.E. Reimert.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en ABN AMRO.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak CV 04-8873 van de kantonrechter te Amsterdam van 4 mei 2004, 1 februari 2005 en 29 juni 2005;
b. het arrest in de zaak met het rolnummer 927/05 van het gerechtshof te Amsterdam van 12 januari 2006.
c. het arrest in de zaak met de rolnummers 927/05 en 1715/05 van het gerechtshof te Amsterdam van 15 februari 2007.
d. het vonnis in de zaak CV 07-17993 van de kantonrechter te Amsterdam van 22 augustus 2007;
e. het arrest in de zaak 200.000.222/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 7 juli 2009.
Het arrest van het hof van 7 juli 2009 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABN AMRO heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en voor ABN AMRO door mr. J.P. Heering en mr. I.E. Reimert, beiden advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 3 februari 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorziter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 april 2011.
Eerste kamer
09/04168
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos,
t e g e n
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: aanvankelijk mr. E. Grabandt, thans mr. J.P. Heering en mr. I.E. Reimert.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en ABN AMRO.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak CV 04-8873 van de kantonrechter te Amsterdam van 4 mei 2004, 1 februari 2005 en 29 juni 2005;
b. het arrest in de zaak met het rolnummer 927/05 van het gerechtshof te Amsterdam van 12 januari 2006.
c. het arrest in de zaak met de rolnummers 927/05 en 1715/05 van het gerechtshof te Amsterdam van 15 februari 2007.
d. het vonnis in de zaak CV 07-17993 van de kantonrechter te Amsterdam van 22 augustus 2007;
e. het arrest in de zaak 200.000.222/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 7 juli 2009.
Het arrest van het hof van 7 juli 2009 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABN AMRO heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en voor ABN AMRO door mr. J.P. Heering en mr. I.E. Reimert, beiden advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 3 februari 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorziter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 april 2011.