Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2011:BO6127
2011-01-18
Strafrecht
09/01922
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BO6127 → ECLI:NL:PHR:2011:BO6127
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanhoudingsverzoek. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJNZD1314 wat betreft de aan te leggen belangenafweging. Uit 's Hofs motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek blijkt niet dat het Hof die belangenafweging heeft gemaakt, terwijl het ook niet is ingegaan op hetgeen aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag is gelegd.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (25)
- ECLI:NL:PHR:2020:478 Parket bij de Hoge Raad 14-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:763 Parket bij de Hoge Raad 28-05-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:342 Parket bij de Hoge Raad 23-04-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:528 Parket bij de Hoge Raad 29-05-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:72 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1585 Parket bij de Hoge Raad 05-12-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1293 Parket bij de Hoge Raad 31-10-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1062 Parket bij de Hoge Raad 05-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:607 Parket bij de Hoge Raad 23-05-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:607 Parket bij de Hoge Raad 23-05-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:380 Parket bij de Hoge Raad 14-03-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:596 Parket bij de Hoge Raad 14-06-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:596 Parket bij de Hoge Raad 14-06-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:458 Parket bij de Hoge Raad 12-04-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:212 Parket bij de Hoge Raad 09-02-2016
- ECLI:NL:PHR:2015:2022 Parket bij de Hoge Raad 01-09-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2022 Parket bij de Hoge Raad 01-09-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:2840 Parket bij de Hoge Raad 25-11-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:2840 Parket bij de Hoge Raad 25-11-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:2163 Parket bij de Hoge Raad 30-09-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:2172 Parket bij de Hoge Raad 30-09-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:2164 Parket bij de Hoge Raad 30-09-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:2168 Parket bij de Hoge Raad 30-09-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:1415 Parket bij de Hoge Raad 27-05-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:321 Parket bij de Hoge Raad 04-03-2014
Volledige tekst
Volledige tekst (4.636 tekens)
18 januari 2011
Strafkamer
Nr. 09/01922
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 28 april 2009, nummer 21/004201-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. F.W. Verweij, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over de afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
"De verdachte genaamd: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande, is niet verschenen.
Ter terechtzitting is aanwezig mr. F.W. Verweij, advocaat te Amersfoort, die verklaart niet uitdrukkelijk door verdachte te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.
Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De raadsman voert het woord -zakelijk weergegeven-:
Ik verzoek u de zaak aan te houden teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen de behandeling van zijn zaak bij te wonen. Verdachte is zwakbegaafd en is niet in staat de gevolgen te overzien van zijn beslissing heden niet ter terechtzitting te verschijnen. Het is dan ook de vraag of hij uit geheel vrije wil niet is verschenen. Ik spreek hem sporadisch. Ik heb hem enige maanden geleden gesproken. Dit is nog in 2009 geweest. Ik weet niet waar hij op dit moment verblijft. Ik denk dat zijn adres weer aan de [a-straat 1] te [plaats] is.
De advocaat-generaal verklaart -zakelijk weergegeven-:
Ik verzet mij tegen aanhouding van de zaak. Verdachte heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Het is niet te verwachten dat hij de volgende keer ter terechtzitting zal verschijnen.
Na gehouden beraad deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen. De dagvaarding van verdachte in hoger beroep is rechtsgeldig betekend. De raadsman beschikt niet over de huidige woon- of verblijfplaats van verdachte. Het hof acht het derhalve niet aannemelijk dat verdachte de volgende keer ter terechtzitting zal verschijnen."
2.3. Bij de beslissing op een verzoek tot aanhouding van het onderzoek op de terechtzitting dient de rechter een afweging te maken tussen alle daarvoor in aanmerking komende belangen, waaronder het aanwezigheidsrecht van de verdachte, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging (vgl. HR 26 januari 1999, LJN ZD1314, NJ 1999/294).
2.4. Uit 's Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van het onderzoek op de terechtzitting blijkt niet dat het Hof de hiervoor bedoelde afweging van belangen heeft gemaakt, terwijl het ook niet is ingegaan op hetgeen aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag is gelegd. Daarom is 's Hofs afwijzing van het verzoek ontoereikend gemotiveerd.
2.5. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 18 januari 2011.
Strafkamer
Nr. 09/01922
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 28 april 2009, nummer 21/004201-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. F.W. Verweij, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over de afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
"De verdachte genaamd: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande, is niet verschenen.
Ter terechtzitting is aanwezig mr. F.W. Verweij, advocaat te Amersfoort, die verklaart niet uitdrukkelijk door verdachte te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.
Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De raadsman voert het woord -zakelijk weergegeven-:
Ik verzoek u de zaak aan te houden teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen de behandeling van zijn zaak bij te wonen. Verdachte is zwakbegaafd en is niet in staat de gevolgen te overzien van zijn beslissing heden niet ter terechtzitting te verschijnen. Het is dan ook de vraag of hij uit geheel vrije wil niet is verschenen. Ik spreek hem sporadisch. Ik heb hem enige maanden geleden gesproken. Dit is nog in 2009 geweest. Ik weet niet waar hij op dit moment verblijft. Ik denk dat zijn adres weer aan de [a-straat 1] te [plaats] is.
De advocaat-generaal verklaart -zakelijk weergegeven-:
Ik verzet mij tegen aanhouding van de zaak. Verdachte heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Het is niet te verwachten dat hij de volgende keer ter terechtzitting zal verschijnen.
Na gehouden beraad deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen. De dagvaarding van verdachte in hoger beroep is rechtsgeldig betekend. De raadsman beschikt niet over de huidige woon- of verblijfplaats van verdachte. Het hof acht het derhalve niet aannemelijk dat verdachte de volgende keer ter terechtzitting zal verschijnen."
2.3. Bij de beslissing op een verzoek tot aanhouding van het onderzoek op de terechtzitting dient de rechter een afweging te maken tussen alle daarvoor in aanmerking komende belangen, waaronder het aanwezigheidsrecht van de verdachte, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging (vgl. HR 26 januari 1999, LJN ZD1314, NJ 1999/294).
2.4. Uit 's Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van het onderzoek op de terechtzitting blijkt niet dat het Hof de hiervoor bedoelde afweging van belangen heeft gemaakt, terwijl het ook niet is ingegaan op hetgeen aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag is gelegd. Daarom is 's Hofs afwijzing van het verzoek ontoereikend gemotiveerd.
2.5. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 18 januari 2011.