Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2010:BN9281
2010-12-21
Strafrecht
09/01814
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2010:BN9281 → ECLI:NL:GHSHE:2009:BI1996 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BN9281 → ECLI:NL:PHR:2010:BN9281
Inhoudsindicatie
Veroordeelde niet-ontvankelijk in cassatieberoep. Ingevolge art. 14j.1, tweede volzin, Sr staat tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging voor zover zij geen deel uitmaakt van een uitspraak ter zake van andere strafbare feiten geen rechtsmiddel open. Dat brengt enerzijds mee dat het Hof de veroordeelde terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep en anderzijds dat voor de veroordeelde ook geen beroep in cassatie openstaat.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2016:471 Parket bij de Hoge Raad 03-06-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (1.979 tekens)
21 december 2010
Strafkamer
Nr. 09/01814
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 april 2009, nummer 20/004310-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de veroordeelde niet-ontvankelijk zal verklaren in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Het beroep in cassatie betreft de niet-ontvankelijkverklaring door het Hof van de veroordeelde in het door hem ingestelde hoger beroep tegen de beslissing tot tenuitvoerlegging van een straf die voorwaardelijk was opgelegd bij uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 4 juli 2008.
2.2. Ingevolge art. 14j, eerste lid tweede volzin, Sr staat tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging voor zover zij geen deel uitmaakt van een uitspraak ter zake van andere strafbare feiten geen rechtsmiddel open. Dat brengt enerzijds mee dat het Hof de veroordeelde terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep en anderzijds dat voor de veroordeelde ook geen beroep in cassatie openstaat. De veroordeelde kan niet in het beroep worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, J.W. Ilsink, J. de Hullu en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 21 december 2010.
Strafkamer
Nr. 09/01814
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 april 2009, nummer 20/004310-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de veroordeelde niet-ontvankelijk zal verklaren in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Het beroep in cassatie betreft de niet-ontvankelijkverklaring door het Hof van de veroordeelde in het door hem ingestelde hoger beroep tegen de beslissing tot tenuitvoerlegging van een straf die voorwaardelijk was opgelegd bij uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 4 juli 2008.
2.2. Ingevolge art. 14j, eerste lid tweede volzin, Sr staat tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging voor zover zij geen deel uitmaakt van een uitspraak ter zake van andere strafbare feiten geen rechtsmiddel open. Dat brengt enerzijds mee dat het Hof de veroordeelde terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep en anderzijds dat voor de veroordeelde ook geen beroep in cassatie openstaat. De veroordeelde kan niet in het beroep worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, J.W. Ilsink, J. de Hullu en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 21 december 2010.