Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2010:BN5617
2010-10-15
Civiel recht
09/00819
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2010:BN5617 → ECLI:NL:GHARN:2008:BG2127 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BN5617 → ECLI:NL:PHR:2010:BN5617
Inhoudsindicatie
Verzekeringsrecht. Brandverzekering. Recht op herbouwwaarde of op verkoopwaarde van bedrijfspand? Onderlinge verhouding tussen bepaling in algemene voorwaarden en de taxatieclausule op polisblad. (art. 81 RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.745 tekens)
15 oktober 2010
Eerste Kamer
09/00819
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiseres 2],
3. TANKSHOP BOXMEER B.V.,
beide gevestigd te Boxmeer,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ BOVEMIJ N.V.,
gevestigd te Nijmegen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Bovemij.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met rolnummer 1998/904 van de rechtbank Arnhem van 11 mei 2000;
b. het arrest in de zaak met rolnummer 2000/641 van het gerechtshof te Arnhem van 28 mei 2002;
c. de vonnissen in de zaak 35968/HA ZA 98-904 van de rechtbank Arnhem van 12 november 2003, 16 november 2005 en 15 maart 2006;
d. het arrest in de zaak met de zaaknummers 104.002.634 en 104.002.644 van het gerechtshof te Arnhem van 23 september 2008.
Het arrest van het hof van 23 september 2008 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bovemij heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Bovemij mede door mr. N.T. Dempsey, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft op 10 september 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bovemij begroot op € 6.245,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 oktober 2010.
Eerste Kamer
09/00819
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiseres 2],
3. TANKSHOP BOXMEER B.V.,
beide gevestigd te Boxmeer,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ BOVEMIJ N.V.,
gevestigd te Nijmegen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Bovemij.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met rolnummer 1998/904 van de rechtbank Arnhem van 11 mei 2000;
b. het arrest in de zaak met rolnummer 2000/641 van het gerechtshof te Arnhem van 28 mei 2002;
c. de vonnissen in de zaak 35968/HA ZA 98-904 van de rechtbank Arnhem van 12 november 2003, 16 november 2005 en 15 maart 2006;
d. het arrest in de zaak met de zaaknummers 104.002.634 en 104.002.644 van het gerechtshof te Arnhem van 23 september 2008.
Het arrest van het hof van 23 september 2008 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bovemij heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Bovemij mede door mr. N.T. Dempsey, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft op 10 september 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bovemij begroot op € 6.245,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 oktober 2010.