Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2010:BN1379

2010-09-24 Civiel recht 09/03147
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2010-09-24
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
09/03147
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2010/1100 | JWB 2010/379

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Onteigeningsrecht. Vervroegde onteigening. Eigendom van na onteigening niet benodigde gedeelten van percelen na Koninklijk Besluit tot goedkeuring van besluit gemeenteraad tot de onteigening die in dit geding aan de orde is, maar vóór de datum waarop de dagvaarding tot onteigening is uitgebracht, weer geleverd aan degene die onteigend waren. Schending van art. 17, 18, 22 en 111 lid 2 Onteigeningswet? Redelijkheidstoets of volledige toetsing van besluiten die in de administratieve onteigeningsfase zijn genomen? (art. 81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.501 tekens)
24 september 2010
Eerste Kamer
09/03147
DV/MD


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


1. [Eiser 1],
2. [Eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R. van der Zwan,


t e g e n


DE GEMEENTE LANSINGERLAND,
zetelende te Berkel en Rodenrijs,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties


Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in het incident in de zaak 291417/HA ZA 07-2290 van de rechtbank Rotterdam van 16 april 2008;
b. het arrest in de gevoegde zaken 08/02112 en 08/02384 van de Hoge Raad van 20 februari 2009;
c. het tussenvonnis in de zaak 291417/HA ZA 07-2290 van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2009.
Het tussenvonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het tussenvonnis van de rechtbank hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 22 juli 2010 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 24 september 2010.