Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2010:BM7050
2010-09-03
Civiel recht; Personen- en familierecht
09/03637
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BM7050 → ECLI:NL:PHR:2010:BM7050
Inhoudsindicatie
Familierecht. Echtscheiding. Geschil tussen voormalige echtelieden over partneralimentatie. Door de huwelijksgerelateerde behoefte van 60% van het voormalige netto gezinsinkomen als enige maatstaf te hanteren, heeft het hof miskend dat de behoefte aan alimentatie in redelijkheid moet worden bepaald met inachtneming van alle door partijen aangevoerde relevante omstandigheden. Maatstaf: HR 19 december 2003, NJ 2004, 140.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (60)
- ECLI:NL:GHARL:2026:4653 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:24438 Rechtbank Den Haag 18-11-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2392 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 04-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13245 Rechtbank Den Haag 01-05-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:548 Rechtbank Midden-Nederland 17-02-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:36 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 09-01-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:1152 Parket bij de Hoge Raad 01-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1152 Parket bij de Hoge Raad 01-11-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2164 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 04-07-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1673 Gerechtshof Den Haag 03-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1120 Parket bij de Hoge Raad 08-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1120 Parket bij de Hoge Raad 08-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1120 Parket bij de Hoge Raad 08-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1036 Parket bij de Hoge Raad 17-11-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3540 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26-10-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1217 Gerechtshof Den Haag 11-01-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2022:5420 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13-09-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10202 Rechtbank Den Haag 19-08-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2264 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 07-07-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:212 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:727 Parket bij de Hoge Raad 16-07-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:3595 Rechtbank Noord-Nederland 07-07-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2021:3152 Rechtbank Amsterdam 23-06-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:946 Gerechtshof Den Haag 19-05-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:442 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:220 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:220 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:220 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:138 Parket bij de Hoge Raad 12-02-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:60 Parket bij de Hoge Raad 22-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:60 Parket bij de Hoge Raad 22-01-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2020:1750 Gerechtshof Amsterdam 23-06-2020
- ECLI:NL:GHAMS:2019:3709 Gerechtshof Amsterdam 08-10-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:2766 Gerechtshof Den Haag 25-09-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:1961 Gerechtshof Den Haag 17-07-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:5344 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27-06-2019
- ECLI:NL:OGEABES:2019:55 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29-03-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2018:4537 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 01-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1027 Parket bij de Hoge Raad 07-09-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1027 Parket bij de Hoge Raad 07-09-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:2548 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14-06-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:400 Parket bij de Hoge Raad 06-04-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:400 Parket bij de Hoge Raad 06-04-2018
- ECLI:NL:GHAMS:2018:491 Gerechtshof Amsterdam 13-02-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:41 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:38 Parket bij de Hoge Raad 05-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:38 Parket bij de Hoge Raad 05-01-2018
- ECLI:NL:RBLIM:2017:10807 Rechtbank Limburg 08-11-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2017:7124 Rechtbank Noord-Holland 23-08-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2017:6723 Rechtbank Noord-Holland 12-07-2017
- ECLI:NL:GHDHA:2017:2212 Gerechtshof Den Haag 17-05-2017
- ECLI:NL:GHDHA:2017:2212 Gerechtshof Den Haag 17-05-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2017:1334 Rechtbank Noord-Holland 22-02-2017
- ECLI:NL:GHDHA:2015:3536 Gerechtshof Den Haag 16-12-2015
- ECLI:NL:HR:2015:3479 Hoge Raad 04-12-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:1972 Parket bij de Hoge Raad 18-09-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:527 Parket bij de Hoge Raad 24-04-2015
- ECLI:NL:RBAMS:2014:5014 Rechtbank Amsterdam 25-06-2014
- ECLI:NL:HR:2014:1336 Hoge Raad 06-06-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:225 Parket bij de Hoge Raad 21-03-2014
Volledige tekst
Volledige tekst (4.686 tekens)
3 september 2010
Eerste Kamer
09/03637
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 100553/FA RK 08-147 van de rechtbank te Alkmaar van 15 oktober 2008;
b. de beschikking in de zaken 200.022.336/01 en 200.022.336/02 van het gerechtshof te Amsterdam van 9 juni 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging van de in cassatie bestreden beslissing en tot verwijzing van de zaak naar een ander hof, met compensatie van de kosten.
3. Beoordeling van het middel
3.1 Partijen zijn in mei 2002 met elkaar gehuwd.
In februari 2007 zijn zij (feitelijk) uit elkaar gegaan. Vanaf juni 2007 tot oktober 2008 heeft de man aan de vrouw een bedrag van € 3.000,-- per maand voor haar levensonderhoud betaald. Bij beschikking van 20 september 2007 heeft de rechtbank Alkmaar tussen partijen echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 14 februari 2008 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3.2 Het verzoek van de vrouw strekt tot vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud ten bedrage van € 10.000,-- per maand.
De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. In hoger beroep heeft de vrouw aangevoerd dat zij behoefte heeft aan een bijdrage van € 11.000,-- per maand. De man heeft deze behoefte - mede wat iedere door de vrouw gestelde post afzonderlijk betreft - betwist. Het hof heeft de bijdrage met ingang van 20 februari 2008 bepaald op € 5.685,-- per maand.
3.3 Het hof heeft in rov. 4.4 overwogen dat als uitgangspunt voor de behoefte van een onderhoudsgerechtigde geldt dat deze wordt bepaald aan de hand van het netto besteedbaar gezinsinkomen van de echtgenoten op het moment dat zij uiteen gingen. Het hof hanteerde daarbij als norm dat de huwelijksgerelateerde behoefte 60% van het voormalige netto gezinsinkomen (in de laatste drie jaren) bedraagt, en stelde aldus (in rov. 4.7) de behoefte van de vrouw vast op een bedrag van € 17.466,-- netto per maand.
3.4 Dit oordeel, in het bijzonder wat betreft het forfaitaire uitgangspunt, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Bij de bepaling van de behoefte van de onderhoudsgerechtigde dient rekening te worden gehouden met alle relevante omstandigheden, waaronder de hoogte en de aard van zowel de inkomsten als de uitgaven van partijen tijdens het huwelijk, waarin een aanwijzing kan worden gevonden voor de mate van welstand waarin zij hebben geleefd, en zoveel mogelijk met concrete gegevens betreffende de reële of met een zekere mate van waarschijnlijkheid te verwachten kosten van levensonderhoud van de onderhoudsgerechtigde (HR 19 december 2003, nr. R03/040, LJN AM2379, NJ 2004, 140). Door 60% van het vroegere netto gezinsinkomen als (enige) maatstaf te hanteren, heeft het hof miskend dat de behoefte aan alimentatie in redelijkheid moet worden bepaald met inachtneming van alle door partijen aangevoerde relevante omstandigheden als voormeld.
3.5 Nu onderdeel 1 slaagt, kan onderdeel 2 betreffende afwijzing van het verzoek tot limitering onbehandeld blijven. Daarover moet het hof na verwijzing immers opnieuw oordelen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 9 juni 2009;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 september 2010.
Eerste Kamer
09/03637
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 100553/FA RK 08-147 van de rechtbank te Alkmaar van 15 oktober 2008;
b. de beschikking in de zaken 200.022.336/01 en 200.022.336/02 van het gerechtshof te Amsterdam van 9 juni 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging van de in cassatie bestreden beslissing en tot verwijzing van de zaak naar een ander hof, met compensatie van de kosten.
3. Beoordeling van het middel
3.1 Partijen zijn in mei 2002 met elkaar gehuwd.
In februari 2007 zijn zij (feitelijk) uit elkaar gegaan. Vanaf juni 2007 tot oktober 2008 heeft de man aan de vrouw een bedrag van € 3.000,-- per maand voor haar levensonderhoud betaald. Bij beschikking van 20 september 2007 heeft de rechtbank Alkmaar tussen partijen echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 14 februari 2008 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3.2 Het verzoek van de vrouw strekt tot vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud ten bedrage van € 10.000,-- per maand.
De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. In hoger beroep heeft de vrouw aangevoerd dat zij behoefte heeft aan een bijdrage van € 11.000,-- per maand. De man heeft deze behoefte - mede wat iedere door de vrouw gestelde post afzonderlijk betreft - betwist. Het hof heeft de bijdrage met ingang van 20 februari 2008 bepaald op € 5.685,-- per maand.
3.3 Het hof heeft in rov. 4.4 overwogen dat als uitgangspunt voor de behoefte van een onderhoudsgerechtigde geldt dat deze wordt bepaald aan de hand van het netto besteedbaar gezinsinkomen van de echtgenoten op het moment dat zij uiteen gingen. Het hof hanteerde daarbij als norm dat de huwelijksgerelateerde behoefte 60% van het voormalige netto gezinsinkomen (in de laatste drie jaren) bedraagt, en stelde aldus (in rov. 4.7) de behoefte van de vrouw vast op een bedrag van € 17.466,-- netto per maand.
3.4 Dit oordeel, in het bijzonder wat betreft het forfaitaire uitgangspunt, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Bij de bepaling van de behoefte van de onderhoudsgerechtigde dient rekening te worden gehouden met alle relevante omstandigheden, waaronder de hoogte en de aard van zowel de inkomsten als de uitgaven van partijen tijdens het huwelijk, waarin een aanwijzing kan worden gevonden voor de mate van welstand waarin zij hebben geleefd, en zoveel mogelijk met concrete gegevens betreffende de reële of met een zekere mate van waarschijnlijkheid te verwachten kosten van levensonderhoud van de onderhoudsgerechtigde (HR 19 december 2003, nr. R03/040, LJN AM2379, NJ 2004, 140). Door 60% van het vroegere netto gezinsinkomen als (enige) maatstaf te hanteren, heeft het hof miskend dat de behoefte aan alimentatie in redelijkheid moet worden bepaald met inachtneming van alle door partijen aangevoerde relevante omstandigheden als voormeld.
3.5 Nu onderdeel 1 slaagt, kan onderdeel 2 betreffende afwijzing van het verzoek tot limitering onbehandeld blijven. Daarover moet het hof na verwijzing immers opnieuw oordelen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 9 juni 2009;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 september 2010.