Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2010:BM6076

2010-07-09 Civiel recht 09/01930
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2010-07-09
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
09/01930
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2010/857 | Module Grondzaken 2010/45 | JWB 2010/287

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Onteigeningsrecht. Gemeenschap; gemeenschappelijke eigendom onteigende onroerende zaak; begrip ‘onteigende partij’ van art. 61 Ow; afwijzing verzoek onteigende tot terugvordering van een ten behoeve van de Staat onteigende onroerende zaak; geen zelfstandig recht op teruglevering van de zaak omdat deze ten tijde van de onteigening in twee niet verdeelde gemeenschappen viel; een recht op teruglevering komt niet toe aan één van de deelgenoten, maar aan de deelgenoten gezamenlijk. (81 RO)

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.266 tekens)
9 juli 2010
Eerste Kamer
09/01930
DV/AS


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,


t e g e n


DE STAAT DER NEDERLANDEN,(Ministerie van Verkeer en Waterstaat),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Staat.

1. Het geding in feitelijke instanties


Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 147553/HA ZA 06-1831 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 september 2007;
b. het arrest in de zaak HD 103.006.115/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 december 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Staat mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.E. van Hilten strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 731,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juli 2010.