Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2010:BL6576

2010-12-10 Bestuursrecht; Belastingrecht 09/02539
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2010-12-10
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
09/02539
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | FutD 2010-2875 | Viditax (FutD) 2010121314

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

De Hoge Raad heeft zowel het principale als het incidentele beroep in casssatie gegrond verklaard, zie arrest 09/00749.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.823 tekens)
Nr. 09/02539
10 december 2010


Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 mei 2009, nr. 07/00093, betreffende een naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1. Het geding in feitelijke instanties


Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting opgelegd over het tijdvak 6 mei 2000 tot en met 5 mei 2001, alsmede een boete. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij in één geschrift vervatte uitspraken de naheffingsaanslag gehandhaafd en de boete verminderd.
De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 06/6638) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, en de uitspraken op bezwaar, de naheffingsaanslag alsmede de boetebeschikking vernietigd.
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, de uitspraak van de Inspecteur met betrekking tot de boete vernietigd, de uitspraak met betrekking tot de naheffingsaanslag bevestigd, en de boete verder verminderd.


2. Geding in cassatie


Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 5 februari 2010 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.


3. Beoordeling van het in het principale beroep voorgestelde middel

De eerste klacht, gericht tegen 's Hofs oordelen omtrent de naheffingsaanslag, slaagt op de gronden die zijn vermeld in het bij dit arrest gevoegde en geanonimiseerde arrest van de Hoge Raad van 26 november 2010 in de zaak met nummer 09/00749, LJN BL6471, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

4. Beoordeling van het in het incidentele beroep voorgestelde middel

Het middel, gericht tegen 's Hofs oordeel omtrent de boete, slaagt op de gronden die zijn vermeld in het hiervoor in 3 aangehaalde arrest van de Hoge Raad.

5. Slotsom

Gelet op het hiervoor in 3 en 4 overwogene kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

6. Proceskosten

De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie wat betreft het principale beroep. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met de nummers 09/02537 en 09/02538 met de onderhavige zaak samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

7. Beslissing


De Hoge Raad:
verklaart zowel het principale als het incidentele beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten,
verwijst het geding naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 110,
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een derde van € 966, derhalve € 322, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.


Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2010.