Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2010:BL2246

2010-02-26 Civiel recht 09/03661
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2010-02-26
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
09/03661
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2010, 362 | NJ 2010, 129 | JWB 2010/80 | JBPr 2010/31 met annotatie van mr. W.H. van Hemel

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Procesrecht. Zaak niet ter rolle ingeschreven. Art. 120 lid 2 Rv. Tijdig uitgebracht exploot niet ingeschreven, wel ingeschreven exploot niet tijdig uitgebracht. Niet-ontvankelijkheid (vgl. HR 25 januari 2008, NJ 2008, 67).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (8)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.448 tekens)
26 februari 2010
Eerste Kamer
09/03661
EE/MD


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. A. [eiser],


t e g e n


DE STAAT DER NEDERLANDEN, (Ministerie van Buitenlandse Zaken),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.M. van Asperen.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Staat.

1. Het geding in feitelijke instanties


Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
1. de vonnissen in de zaken KG 05/1626 en KG 05/1627 van de voorzieningenrechter te 's-Gravenhage van 2 februari 2006,
2. de arresten in de zaken 105.004.505/01 en 105.004.630/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 juni 2009.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] c.s. dan wel verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkheid van eisers in hun cassatieberoep.


3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1 [Eiser] c.s. hebben bij exploot van 10 augustus 2009 de Staat aangezegd in cassatie te komen van de in kort geding gewezen arresten van het hof van 16 juni 2009 met oproeping van de Staat te verschijnen ter zitting van de enkelvoudige kamer van de Hoge Raad van 11 september 2009. Op die datum is de zaak niet ter rolle ingeschreven. Op 10 september 2009 hebben [eiser] c.s. een herstelexploot doen uitbrengen waarin zij de Staat hebben aangezegd te verschijnen ter voormelde zitting van 25 september 2009. Dit exploot is op deze datum ingeschreven ter rolle.

3.2 Het laatstgemelde exploot kan niet worden beschouwd als een herstelexploot, omdat het op grond van zijn inhoud, zoals uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.9, niet strekt tot herstel van gebreken in het eerste exploot die nietigheid met zich brengen als bedoeld in art. 120 lid 2 Rv. Het kan ook niet dienen tot herstel van het niet inschrijven ter rolle.

3.3 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiser] c.s. niet in hun beroep kunnen worden ontvangen, omdat het tijdig uitgebrachte exploot niet is ingeschreven en het tweede, wel ingeschreven, exploot is uitgebracht na het verstrijken van de cassatietermijn op 11 augustus 2009 (vgl. HR 25 januari 2008, nr. 07/173, LJN BB9783, NJ 2008, 67).

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verklaart [eiser] c.s. niet-ontvankelijk in hun cassatieberoep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 februari 2010.