Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2010:BL0594

2010-04-09 Civiel recht 08/03915
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2010-04-09
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
08/03915
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2010, 515 | JWB 2010/150

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Storting op bankrekening die niet kan worden gekwalificeerd als een betaling door een derde in de zin van art. 6:30 BW; geen aflossing openstaand krediet nu met de storting is beoogd een verschuldigde koopsom te betalen. (81 RO)

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.763 tekens)
9 april 2010
Eerste Kamer
08/03915
EE/TT


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,


t e g e n


ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en ING.

1. Het geding in feitelijke instanties


ING heeft bij exploot van 21 oktober 2003 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank Roermond en gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen aan ING te betalen een bedrag van € 334.871,75, met rente en kosten.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 10 maart 2004 en 4 augustus 2004, bij eindvonnis van 3 augustus 2005 [eiseres] veroordeeld tot betaling aan ING van een bedrag van € 333.011,23, vermeerderd met rente en kosten.
Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Na een tussenarrest van 28 augustus 2007 heeft het hof bij eindarrest van 3 juni 2008 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ING heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door mr. M.J. Schenck, advocaat te Amsterdam, en voor ING door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 5 februari 2010 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 1.219,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 april 2010.