Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2010:BK3503
2010-01-05
Strafrecht
08/00608
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BK3503 → ECLI:NL:PHR:2010:BK3503
Inhoudsindicatie
Wapen waarmee ‘personen weerloos kunnen worden gemaakt’ a.b.i. art. 2.1.5° WWM. De opvatting dat geen sprake is van een stroomstootwapen in de zin van art. 2 WWM indien dit defect is, is in haar algemeenheid onjuist omdat een defect op zichzelf niet eraan in de weg behoeft te staan dat het voorwerp nochtans kan worden aangemerkt als een handwapen waarmee personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (14)
- ECLI:NL:RBROT:2025:8971 Rechtbank Rotterdam 12-02-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2024:1549 Rechtbank Gelderland 26-02-2024
- ECLI:NL:RBROT:2023:8360 Rechtbank Rotterdam 31-08-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:594 Parket bij de Hoge Raad 09-05-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2022:4988 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 01-09-2022
- ECLI:NL:RBAMS:2022:8280 Rechtbank Amsterdam 08-07-2022
- ECLI:NL:RBOVE:2022:2166 Rechtbank Overijssel 27-06-2022
- ECLI:NL:GHARL:2020:9135 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 06-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:334 Parket bij de Hoge Raad 07-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:333 Parket bij de Hoge Raad 07-04-2020
- ECLI:NL:RBROT:2019:8066 Rechtbank Rotterdam 09-10-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2018:4904 Rechtbank Amsterdam 26-04-2018
- ECLI:NL:RBLIM:2017:12267 Rechtbank Limburg 15-12-2017
- ECLI:NL:GHAMS:2017:5037 Gerechtshof Amsterdam 29-11-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (3.798 tekens)
5 januari 2010
Strafkamer
Nr. 08/00608
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 23 januari 2008, nummer 21/001482-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt over 's Hofs verwerping van het verweer dat geen sprake is van een wapen waarmee 'personen weerloos kunnen worden gemaakt' nu het stroomstootwapen van de verdachte defect was.
3.2. Ten laste van de verdachte is overeenkomstig de tenlastelegging onder 1 bewezenverklaard dat:
"hij op 20 april 2006 te Zeist een wapen van categorie II onder 5°, te weten een handwapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad."
3.3.1. De tenlastelegging is toegesneden op art. 2, eerste lid categorie II onder 5°, Wet wapens en munitie (WWM).
3.3.2. Art. 2 WWM luidt, voor zover hier van belang:
"1. Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.
(...)
Categorie II
(...)
5° voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, met uitzondering van medische hulpmiddelen;
(...)."
3.4. Het Hof heeft het in het middel bedoelde verweer als volgt samengevat en verworpen:
"De raadsman heeft met betrekking tot feit 1 aangevoerd dat het stroomstootwapen defect was en dat daarmee niet door een elektrische stroomstoot personen weerloos kon worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, zodat verdachte behoort te worden vrijsproken van dit feit. Het hof is van oordeel dat het feit dat het stroomstootwapen defect was niet afdoet aan de bewezenverklaring, omdat de in de tenlastelegging gebruikte bewoordingen "waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht" een algemene omschrijving van het type wapen geven. Er wil niet / niet mede mee gezegd zijn dat het aldus omschreven wapen ook correct functioneert. Het verweer wordt verworpen."
3.5. Het middel berust op de opvatting dat geen sprake is van een stroomstootwapen in de zin van art. 2 WWM indien dit defect is. Die opvatting is echter in haar algemeenheid onjuist omdat een defect op zichzelf niet eraan in de weg behoeft te staan dat het voorwerp kan worden aangemerkt als een handwapen waarmee personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht.
3.6. Het middel faalt.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 5 januari 2010.
Strafkamer
Nr. 08/00608
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 23 januari 2008, nummer 21/001482-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt over 's Hofs verwerping van het verweer dat geen sprake is van een wapen waarmee 'personen weerloos kunnen worden gemaakt' nu het stroomstootwapen van de verdachte defect was.
3.2. Ten laste van de verdachte is overeenkomstig de tenlastelegging onder 1 bewezenverklaard dat:
"hij op 20 april 2006 te Zeist een wapen van categorie II onder 5°, te weten een handwapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad."
3.3.1. De tenlastelegging is toegesneden op art. 2, eerste lid categorie II onder 5°, Wet wapens en munitie (WWM).
3.3.2. Art. 2 WWM luidt, voor zover hier van belang:
"1. Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.
(...)
Categorie II
(...)
5° voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, met uitzondering van medische hulpmiddelen;
(...)."
3.4. Het Hof heeft het in het middel bedoelde verweer als volgt samengevat en verworpen:
"De raadsman heeft met betrekking tot feit 1 aangevoerd dat het stroomstootwapen defect was en dat daarmee niet door een elektrische stroomstoot personen weerloos kon worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, zodat verdachte behoort te worden vrijsproken van dit feit. Het hof is van oordeel dat het feit dat het stroomstootwapen defect was niet afdoet aan de bewezenverklaring, omdat de in de tenlastelegging gebruikte bewoordingen "waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht" een algemene omschrijving van het type wapen geven. Er wil niet / niet mede mee gezegd zijn dat het aldus omschreven wapen ook correct functioneert. Het verweer wordt verworpen."
3.5. Het middel berust op de opvatting dat geen sprake is van een stroomstootwapen in de zin van art. 2 WWM indien dit defect is. Die opvatting is echter in haar algemeenheid onjuist omdat een defect op zichzelf niet eraan in de weg behoeft te staan dat het voorwerp kan worden aangemerkt als een handwapen waarmee personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht.
3.6. Het middel faalt.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 5 januari 2010.