Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2009:BK4520

2009-12-22 Civiel recht 08/02287
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2009-12-22
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
08/02287
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2010, 64 | JWB 2009/520

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Procesrecht. Had het hof over moeten gaan tot ambtshalve aanvulling van rechtsgronden (art. 25 Rv.)? Leidden de stellingen tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat (art. 149 lid 1 Rv.)? (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.008 tekens)
22 december 2009
Eerste Kamer
08/02287
EE/MD


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


1. [Eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Eiseres 4],
gevestigd te [woonplaats],
5. [Eiser 5],
wonende te [woonplaats],
6. [Eiser 6],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,


t e g e n


[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster], eisers onder 1, 2 en 3 als [eisers 1,2 en 3] en eisers onder 4, 5 en 6 als [eisers 4,5 en 6].


1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] c.s. hebben bij exploot van 26 oktober 1995 [verweerster] en [A] B.V. (hierna: [A]) gedagvaard voor de rechtbank te Dordrecht en gevorderd, kort gezegd,
- voor recht te verklaren dat [verweerster] en [A] hoofdelijk aansprakelijk althans elk afzonderlijk aansprakelijk zijn jegens [eiser] c.s. voor de schade als bedoeld onder nr. 17 van de inleidende dagvaarding en
- [verweerster] en [A] hoofdelijk, althans elk van hen, te veroordelen tot betaling aan [eiser] c.s. van schade-vergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.



[Verweerster] en [A] hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 26 januari 2000 de [eisers 4,5 en 6] niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen, voor recht verklaard dat [verweerster] jegens [eisers 1,2 en 3] aansprakelijk is voor de schade als bedoeld onder nr. 20 van de inleidende dagvaarding en [verweerster] veroordeeld tot betaling aan de [eisers 1,2 en 3] van een schadevergoeding nader op te maken bij wet en te vereffenen volgens de wet, en de vordering van [eisers 1,2 en 3] tegen [A] afgewezen.
Tegen het vonnis van de rechtbank hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. [Verweerster] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij tussenarrest van 23 mei 2006 heeft het hof getuigenverhoren bevolen. Na getuigenverhoren heeft het hof bij eindarrest van 31 januari 2008, in het principale en het incidentele beroep, het vonnis van de rechtbank vernietigd voorzover tussen [eiser] c.s. en [verweerster] gewezen, en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [eiser] c.s. jegens [verweerster] alsnog afgewezen.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen beide arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.