Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2009:BK3577

2009-12-22 Civiel recht 09/04126
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2009-12-22
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
09/04126
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2010, 61 | JWB 2009/526 | BJ 2010/3

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

BOPZ. Cassatieberoep tegen beschikking waarbij machtiging is verleend tot voortzetting van de inbewa-ringstelling als bedoeld in art. 27 Wet Bopz niet ontvankelijk nu de geldigheidsduur van de verleende machtiging ingevolge art. 30 Wet Bopz is verstreken.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.490 tekens)
22 december 2009
Eerste Kamer
09/04126
EE


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[Betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,


t e g e n


DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ALKMAAR,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1. Het geding in feitelijke instantie


De officier van justitie heeft op 7 juli 2009, onder overlegging van (onder meer) een ondertekende geneeskundige verklaring een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.
Nadat de rechtbank betrokkene, bijgestaan door haar raadsvrouwe, alsmede een arts-assistent op 10 juli 2009 had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde datum de verzochte machtiging verleend voor de periode van 10 juli 2009 tot 31 juli 2009.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in haar cassatieberoep.


3. Ontvankelijkheid van het beroep


Het beroep is gericht tegen een beschikking op een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in art. 27 Wet Bopz.
De geldigheidsduur van de door de rechtbank op 10 juli 2009 verleende machtiging is echter ingevolge art. 30 Wet Bopz op 31 juli 2009 verstreken, zodat betrokkene geen belang meer heeft bij haar beroep en om deze reden daarin niet kan worden ontvangen.


4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in haar beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.