Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2009:BI9625

2009-09-18 Civiel recht; Personen- en familierecht 08/02689
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2009-09-18
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
08/02689
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2009, 1053 | RFR 2009, 118 | JWB 2009/335

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Echtscheiding; verwerping pensioenverweer art. 1:153 BW (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.886 tekens)
18 september 2009
Eerste Kamer
08/02689
EV/EE


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. P. Garretsen,


t e g e n


[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties


Met een op 7 september 2006 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, echtscheiding tussen partijen uit te spreken met nevenvoorzieningen.
De vrouw heeft een verweerschrift tevens verzoekschrift ingediend en daarin verzocht, voor zover in cassatie van belang, gesteld te vrezen dat als gevolg van de verzochte echtscheiding een bestaand vooruitzicht op nabestaandenpensioen en andere uitkeringen door overlijden van de man zal teloorgaan of in ernstige mate vermindert. Zij heeft op die grond geconcludeerd tot voorwaardelijke toewijzing van het verzoek tot echtscheiding in die zin dat de rechtbank de echtscheiding slechts zal uitspreken, primair, indien de man heeft bewezen dat de huidige vooruitzichten van de vrouw op nabestaandenpensioen als gevolg van de echtscheiding niet teloor zullen gaan of in ernstige mate zullen verminderen, dan wel, subsidiair, indien de man daaromtrent een billijke voorziening heeft getroffen. Daarnaast heeft de vrouw verscheidene zelfstandige verzoeken gedaan, waaronder het verzoek de man te veroordelen de aan haar toekomende pensioenrechten af te storten bij een door haar aan te wijzen verzekeraar. De overige door de vrouw gedane verzoeken, inclusief een aanvullend zelfstandig verzoek, zijn in cassatie niet van belang.
De rechtbank heeft bij (deel)beschikking van 11 juli 2007 echtscheiding uitgesproken tussen partijen en de man veroordeeld de helft van de tijdens het huwelijk opgebouwde rechten op uitkeringen nabestaanden- en ouderdomspensioen en aanverwante uitkeringen af te storten bij een door de vrouw aan te wijzen verzekeraar.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 20 maart 2008 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft verzocht het beroep te verwerpen en voorwaardelijk incidenteel beroep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift, tevens houdende incidenteel cassatieberoep, zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.


3. Beoordeling van het middel in het principale beroep


De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.


4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het principale beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 september 2009.