Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2009:BH5189

2009-03-24 Strafrecht 07/10759
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2009-03-24
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
07/10759
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2009, 475 | NJB 2009, 822

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Bewijsklacht. Dat verdachte zich de auto’s wederrechtelijk heeft toegeëigend kan niet zonder meer uit de inhoud van de bewijsmiddelen worden afgeleid.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (17)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.208 tekens)
24 maart 2009
Strafkamer
nr. 07/10759


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 8 september 2006, nummer 23/005311-05, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.


1. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor wat betreft de bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde, tot terugwijzing van de zaak om dienaangaande opnieuw te worden berecht en afgedaan.


2. Beoordeling van het tweede middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde feit het wederrechtelijk toe-eigenen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen.


2.2. Ten laste van de verdachte is onder 4 bewezenverklaard dat:
"hij op tijdstippen omstreeks de periode van 7 april 2003 tot en met 12 mei 2003 in Nederland telkens opzettelijk twee personenauto's (merk Volkswagen, type Bora en merk Volkswagen, type Golf) toebehorende aan [A] B.V., welke goederen verdachte anders dan door misdrijf, te weten een huurovereenkomst (die afliep op 7 april 2003 en op 12 mei 2003), onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend."



2.3. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
a. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
"Ik heb twee auto's gehuurd bij [A] in Purmerend en Hoorn. Dit waren een Volkswagen Golf 4, zwart en een Volkswagen Bora, blauw. Ik heb enige tijd erin gereden."



b. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
"Op de door de verbalisant getoonde huurcontracten van [A] herken ik mijn handtekening."



c. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1]:
"Ik ben namens de benadeelde [B] B.V. gerechtigd tot het doen van aangifte. Op 7 april 2003 en 12 mei 2003 hadden de navolgende voertuigen terug moeten zijn. In beide gevallen is dit niet gebeurd.
Object : Personenauto
Merk/type : Volkswagen Golf
Kleur : zwart
Object : Personenauto
Merk/type : Volkswagen Bora
Kleur : Blauw
Genoemde voertuigen zijn eigendom van [A], een verhuurbedrijf. De voertuigen zijn door [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1979, gehuurd. [A] heeft niemand toestemming gegeven om de voertuigen langer te gebruiken."


2.4. Aangezien deze bewezenverklaring, voor zover behelzende dat de verdachte de personenauto's "wederrechtelijk zich heeft toegeëigend" niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, is de uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

2.5. Het middel slaagt.

3. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het eerste middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:


vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 4 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.


Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 24 maart 2009.