Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2009:BH3704
2009-06-30
Strafrecht
07/11891
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2009:BH3704 → ECLI:NL:PHR:2009:BH3704
Inhoudsindicatie
‘Unis testis nullus testis’- regel. Ex art. 342.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tlg. feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de bewezenverklaring slechts kan volgen uit de verklaring van de aangeefster, nu het bewijsmiddel b aan die verklaring onvoldoende steun geeft, is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (35)
- ECLI:NL:PHR:2026:286 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:441 Parket bij de Hoge Raad 22-04-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:836 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:508 Parket bij de Hoge Raad 14-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:259 Parket bij de Hoge Raad 19-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:586 Parket bij de Hoge Raad 13-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:214 Parket bij de Hoge Raad 21-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1190 Parket bij de Hoge Raad 20-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:919 Parket bij de Hoge Raad 18-10-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:840 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:232 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:177 Parket bij de Hoge Raad 11-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2020:610 Parket bij de Hoge Raad 16-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:200 Parket bij de Hoge Raad 31-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:323 Parket bij de Hoge Raad 12-02-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1248 Parket bij de Hoge Raad 13-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:364 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2018
- ECLI:NL:RBNNE:2018:241 Rechtbank Noord-Nederland 25-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:9 Parket bij de Hoge Raad 09-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:545 Parket bij de Hoge Raad 23-05-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:545 Parket bij de Hoge Raad 23-05-2017
- ECLI:NL:HR:2017:894 Hoge Raad 10-01-2017
- ECLI:NL:HR:2016:3416 Hoge Raad 20-12-2016
- ECLI:NL:GHAMS:2016:5900 Gerechtshof Amsterdam 25-05-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:354 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:280 Parket bij de Hoge Raad 23-02-2016
- ECLI:NL:PHR:2015:2102 Parket bij de Hoge Raad 08-09-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:1767 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:1684 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:1360 Parket bij de Hoge Raad 02-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:971 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:657 Parket bij de Hoge Raad 13-05-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:366 Parket bij de Hoge Raad 11-03-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:364 Parket bij de Hoge Raad 11-03-2014
- ECLI:NL:PHR:2013:2323 Parket bij de Hoge Raad 26-11-2013
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.332 tekens)
30 juni 2009
Strafkamer
nr. 07/11891
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 februari 2007, nummer 22/003197-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van één getuige.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 10 mei 2005 te Gouda [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Pas op, maak het af waarmee je bent begonnen met mijn oom, anders maak ik je dood. Dan ben je al gestorven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
a. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:
"Pleegplaats: Gouda
Op 10 mei 2005 hoorde ik [verdachte] zeggen: "Pas op, maak het af waarmee je bent begonnen met mijn oom, anders maak ik je dood. Dan ben je al gestorven." Ik begreep toen wat [verdachte] bedoelde. Ik voelde mij verschrikkelijk. Ik dacht dat ze me gingen dood maken."
b. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:
"Op 10 mei 2005 belde mijn vriend [betrokkene 1] naar mijn oom, genaamd [betrokkene 2], en zijn wij bij mijn oom in Gouda langsgegaan om hem te zien."
2.3. Volgens het tweede lid van art. 342 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de bewezenverklaring slechts kan volgen uit de verklaring van de aangeefster [slachtoffer], nu het hiervoor onder 2.2. weergegeven bewijsmiddel b onvoldoende steun geeft aan de verklaring van de aangeefster, is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
2.4. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 30 juni 2009.
Strafkamer
nr. 07/11891
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 februari 2007, nummer 22/003197-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van één getuige.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 10 mei 2005 te Gouda [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Pas op, maak het af waarmee je bent begonnen met mijn oom, anders maak ik je dood. Dan ben je al gestorven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
a. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:
"Pleegplaats: Gouda
Op 10 mei 2005 hoorde ik [verdachte] zeggen: "Pas op, maak het af waarmee je bent begonnen met mijn oom, anders maak ik je dood. Dan ben je al gestorven." Ik begreep toen wat [verdachte] bedoelde. Ik voelde mij verschrikkelijk. Ik dacht dat ze me gingen dood maken."
b. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:
"Op 10 mei 2005 belde mijn vriend [betrokkene 1] naar mijn oom, genaamd [betrokkene 2], en zijn wij bij mijn oom in Gouda langsgegaan om hem te zien."
2.3. Volgens het tweede lid van art. 342 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de bewezenverklaring slechts kan volgen uit de verklaring van de aangeefster [slachtoffer], nu het hiervoor onder 2.2. weergegeven bewijsmiddel b onvoldoende steun geeft aan de verklaring van de aangeefster, is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
2.4. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 30 juni 2009.