Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2009:BH3190

2009-04-24 Civiel recht 07/11248
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2009-04-24
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
07/11248
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2009, 589 | JWB 2009/157 | JHV 2009/121 met annotatie van Harry Ferment

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Huur van bedrijfsruimte ex art. 7A:1624 oud BW? (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.234 tekens)
24 april 2009
Eerste Kamer
07/11248
EV/IS


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,


t e g e n


[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties


[Eiser] heeft bij exploot van 30 januari 2004 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] te betalen de geleden schade als gevolg van de in de dagvaarding omschreven beroepsfout, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na een comparitie van partijen en getuigenverhoren, bij eindvonnis van 10 augustus 2005 [verweerder] veroordeeld tot vergoeding van de door [eiser] als gevolg van de in de dagvaarding omschreven beroepsfout geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, uitgaande van een voortgezet genot van het gehuurde tot ten minste 1 juni 2001 (kennelijk is bedoeld: 1 juni 2011).
Tegen dit eindvonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 19 april 2007 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [verweerder] veroordeeld tot vergoeding van de door [eiser] als gevolg van zijn beroepsfout geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, uitgaande van een voortgezette duur van genot van het gehuurde tot 1 augustus 2003.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en voor [verweerder] door mr. R.L. Bakels, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 27 februari 2009 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 april 2009.