Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2009:BH2619
2009-04-03
Civiel recht
07/10587
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2009:BH2619 → ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6359 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2009:BH2619 → ECLI:NL:PHR:2009:BH2619
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid voor psychisch letsel werknemer (burn-out) op grond van art. 7:658 en art. 7:611 BW; causaal verband (81 RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:PHR:2026:381 Parket bij de Hoge Raad 10-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:381 Parket bij de Hoge Raad 10-04-2026
- ECLI:NL:RBLIM:2024:2060 Rechtbank Limburg 25-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2021:21 Parket bij de Hoge Raad 08-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:21 Parket bij de Hoge Raad 08-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2019:1239 Parket bij de Hoge Raad 01-11-2019
- ECLI:NL:RBDHA:2017:9803 Rechtbank Den Haag 31-08-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.846 tekens)
3 april 2009
Eerste Kamer
07/10587
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
DOW BENELUX B.V.,
gevestigd te Hoek, gemeente Terneuzen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. Brandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Dow.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 14 juli 2004 Dow gedagvaard voor de rechtbank Middelburg, sector kanton, locatie Terneuzen en gevorderd, kort gezegd:
- te verklaren voor recht dat Dow aansprakelijk is voor de schade die hij heeft geleden of zal lijden als in de dagvaarding vermeld;
- Dow te veroordelen tot voldoening van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede aan hem een voorschot te betalen.
Dow heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 19 januari 2005 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. In hoger beroep heeft [eiser] zijn eis gewijzigd.
Bij arrest van 27 april 2007 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en de vorderingen van [eiser] afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Dow heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 20 februari 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dow begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 april 2009.
Eerste Kamer
07/10587
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
DOW BENELUX B.V.,
gevestigd te Hoek, gemeente Terneuzen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. Brandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Dow.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 14 juli 2004 Dow gedagvaard voor de rechtbank Middelburg, sector kanton, locatie Terneuzen en gevorderd, kort gezegd:
- te verklaren voor recht dat Dow aansprakelijk is voor de schade die hij heeft geleden of zal lijden als in de dagvaarding vermeld;
- Dow te veroordelen tot voldoening van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede aan hem een voorschot te betalen.
Dow heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 19 januari 2005 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. In hoger beroep heeft [eiser] zijn eis gewijzigd.
Bij arrest van 27 april 2007 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en de vorderingen van [eiser] afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Dow heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 20 februari 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dow begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 april 2009.