Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2009:BH1990

2009-04-10 Civiel recht 08/01494
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2009-04-10
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
08/01494
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2009, 524 | JWB 2009/137

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Koopovereenkomst met beding tot zwart betalen van helft koopprijs nietig wegens strijd met de goede zeden?; gedeeltelijke nietigheid op grond van art. 3:41 BW (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.163 tekens)
10 april 2009
Eerste Kamer
08/01494
EV/EE


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.D. Winter,


t e g e n


[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties


[Verweerster] heeft bij exploot van 2 oktober 2003 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen om aan [verweerster] te betalen een bedrag van € 41.000,-- met rente en kosten.
[Eiser] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de tussen partijen medio december 2002 mondeling en in februari 2003 schriftelijk vastgelegde overeenkomst van koop en verkoop wegens dwaling nietig is.
De rechtbank heeft, na een comparitie van partijen, getuigenverhoren en een tussenvonnis van 6 juli 2005, bij eindvonnis van 5 oktober 2005 [eiser] veroordeeld om aan [verweerster] te betalen een bedrag van € 8.500,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 november 2003 tot de dag der voldoening, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen de vonnissen van 6 juli 2005 en 5 oktober 2005 heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na een tussenarrest van 31 mei 2007 heeft het hof bij eindarrest van 18 december 2007 de bestreden vonnissen van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende in conventie en reconventie, [eiser] veroordeeld om aan [verweerster] te betalen een bedrag van € 41.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 april 2009.