Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2009:BG5848

2009-02-06 Civiel recht C07/141HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2009-02-06
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C07/141HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2009, 276 | JWB 2009/36

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Invorderingszaak. Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder vennootschap voor de voldoening van een op grond van een naheffingsaanslag door de vennootschap verschuldigd bedrag aan belastinggelden, wegens het niet voldoen aan de meldingsplicht van betalingsonmacht ingevolge art. 36 invorderingswet 1990. (81 RO)

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.804 tekens)
6 februari 2009
Eerste Kamer
Nr. C07/141HR
RM/IS


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


1. [Eiseres 1],
2. [Eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.C.J. Smallenbroek,


t e g e n


DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST RANDMEREN,
kantoorhoudende te Lelystad,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Ontvanger.

1. Het geding in feitelijke instanties


De Ontvanger heeft bij exploot van 3 april 1997 [eiser] c.s. gedagvaard voor de rechtbank te Zwolle en gevorderd, kort gezegd, [eiser] c.s. hoofdelijk te veroordelen om aan hem te betalen ƒ 928.342,-- (€ 421.263,23) respectievelijk ƒ 936.322,12 (€ 424.884,45), te vermeerderen met rente en kosten.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 23 juni 2004 en 20 oktober 2004, bij eindvonnis van 14 september 2005 de vordering toegewezen.
Tegen deze vonnissen hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 16 januari 2007 heeft het hof de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Ontvanger mede door mr. S.M. Kingma, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft op 12 december 2008 schriftelijk op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 5.987,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 februari 2009.