Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2009:BG5588
2009-02-03
Strafrecht
07/10686
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2009:BG5588 → ECLI:NL:PHR:2009:BG5588
Inhoudsindicatie
Bewijsklacht. Verweer houdt in dat de fiets bij het grofvuil is gevonden. Het Hof heeft ontoereikend gemotiveerd dat verdachte zich “opzettelijk” wederrechtelijk een fiets heeft toegeëigend.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2019:710 Parket bij de Hoge Raad 02-07-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:223 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:397 Parket bij de Hoge Raad 11-04-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.422 tekens)
3 februari 2009
Strafkamer
nr. 07/10686
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 25 juni 2007, nummer 21/004970-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het vierde en het vijfde middel
2.1. De middelen klagen over de motivering van het opzet.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 22 november 2006 te Utrecht, opzettelijk een damesfiets, toebehorende aan [benadeelde partij], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als gevonden voorwerp, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend."
2.2.2. De bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering als weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.2 en 3.3.
2.3. Aldus heeft het Hof de bewezenverklaring voor zover behelzende dat de verdachte zich "opzettelijk" wederrechtelijk de fiets heeft toegeëigend, ontoereikend gemotiveerd.
2.4. De middelen slagen.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 3 februari 2009.
Strafkamer
nr. 07/10686
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 25 juni 2007, nummer 21/004970-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het vierde en het vijfde middel
2.1. De middelen klagen over de motivering van het opzet.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 22 november 2006 te Utrecht, opzettelijk een damesfiets, toebehorende aan [benadeelde partij], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als gevonden voorwerp, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend."
2.2.2. De bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering als weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.2 en 3.3.
2.3. Aldus heeft het Hof de bewezenverklaring voor zover behelzende dat de verdachte zich "opzettelijk" wederrechtelijk de fiets heeft toegeëigend, ontoereikend gemotiveerd.
2.4. De middelen slagen.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 3 februari 2009.