Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2008:BD6652
2008-07-11
Civiel recht
C07/032HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2008:BD6652 → ECLI:NL:PHR:2008:BD6652
Inhoudsindicatie
Overeenkomstenrecht. Geschil over totstandkoming van een overeenkomst met tussenkomst van een notariskantoor (81 RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.027 tekens)
11 juli 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/032HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. CENTAVOS B.V.,
2. [Eiseres 2], voorheen geheten Vastgoed Investment Groningen B.V.,
beide gevestigd te Groningen,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
RIJNLANDSE HYPOTHEEKBANK B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Centavos, [eiseres 2] (gezamenlijk ook als: Centavos c.s.) en De Rijnlandse.
1. Het geding in feitelijke instanties
Centavos c.s. hebben bij exploot van 26 november 2003 onder meer De Rijnlandse gedagvaard voor de rechtbank Groningen en gevorderd, kort gezegd, De Rijnlandse te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 525.801,10, met rente en kosten.
Na een vrijwaringsincident heeft De Rijnlandse de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 2 november 2005, voorzover thans van belang, de vordering tegen De Rijnlandse afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben Centavos c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Centavos c.s. hebben in hoger beroep hun eis gewijzigd en aldus gevorderd De Rijnlandse te veroordelen tot vergoeding van de door Centavos c.s. geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Bij arrest van 4 oktober 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben Centavos c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Rijnlandse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor De Rijnlandse mede door mr. R.L. Bakels, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres 2] in haar cassatieberoep en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Centavos c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Rijnlandse begroot op € 5.987,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.
Eerste Kamer
Nr. C07/032HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. CENTAVOS B.V.,
2. [Eiseres 2], voorheen geheten Vastgoed Investment Groningen B.V.,
beide gevestigd te Groningen,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
RIJNLANDSE HYPOTHEEKBANK B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Centavos, [eiseres 2] (gezamenlijk ook als: Centavos c.s.) en De Rijnlandse.
1. Het geding in feitelijke instanties
Centavos c.s. hebben bij exploot van 26 november 2003 onder meer De Rijnlandse gedagvaard voor de rechtbank Groningen en gevorderd, kort gezegd, De Rijnlandse te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 525.801,10, met rente en kosten.
Na een vrijwaringsincident heeft De Rijnlandse de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 2 november 2005, voorzover thans van belang, de vordering tegen De Rijnlandse afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben Centavos c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Centavos c.s. hebben in hoger beroep hun eis gewijzigd en aldus gevorderd De Rijnlandse te veroordelen tot vergoeding van de door Centavos c.s. geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Bij arrest van 4 oktober 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben Centavos c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Rijnlandse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor De Rijnlandse mede door mr. R.L. Bakels, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres 2] in haar cassatieberoep en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Centavos c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Rijnlandse begroot op € 5.987,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.