Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2008:BD4395

2008-09-05 Civiel recht C07/154HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2008-09-05
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C07/154HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2008, 640 | RvdW 2008, 821 | O&A 2008, 109 | JWB 2008/355

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Onrechtmatige overheidsdaad; afgewezen schadevordering vrijgesprokene tegen Staat (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.986 tekens)
5 september 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/154HR
RM/TT


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,


t e g e n


DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Justitie,
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Staat.

1. Het geding in feitelijke instanties


[Eiser] heeft bij exploot van 14 december 2001 de Staat gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en, na eiswijziging, gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de Staat aansprakelijk is voor de door [eiser] ten gevolge van de strafvorderlijke maatregelen en overige onrechtmatige handelingen geleden materiële en immateriële schade, de Staat te veroordelen tot vergoeding van een bedrag van € 1.361.341,-- aan immateriële schade en van een bedrag van € 2.680.938,-- ter zake van materiële schade te vermeerderen met een bedrag nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet ter zake van advocaat- en accountantskosten en diverse PM-posten, met rente en kosten.
De Staat heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 13 oktober 2004 de vorderingen van [eiser] afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 1 februari 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiser] mede door mr. J. Brandt en voor de Staat mede door mr. K. Teuben, beiden advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 5.987,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.