Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2008:BD4161

2008-09-05 Civiel recht C07/143HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2008-09-05
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C07/143HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2008, 639 | RvdW 2008, 820 | RFR 2008, 128 | JWB 2008/361

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Erfrecht; afgewezen verzoek van erfgename tegen executeur-testamentair tot verschaffen van inlichtingen en het afleggen van rekening en verantwoording (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.898 tekens)
5 september 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/143HR
EV/TT


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[De dochter],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge,


t e g e n


[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de dochter en de moeder.

1. Het geding in feitelijke instanties


De dochter heeft op 5 april 2005 een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, en daarbij verzocht, kort gezegd, de moeder, die in het testament van haar overleden echtgenoot tot executeur is benoemd, te verplichten tot het verschaffen van de door de dochter gewenste inlichtingen dan wel rekening en verantwoording af te leggen over de verschillende adviezen van de adviseurs van de moeder en de daarop betrekkende declaraties, voor zover de dochter daar nog niet over beschikt.
De moeder heeft een verweerschrift ingediend.
De kantonrechter heeft, na mondelinge behandeling, de dochter bij beschikking van 12 juli 2005 niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
Tegen deze beschikking heeft de dochter hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 6 december 2006 heeft het hof de beschikking van de kantonrechter vernietigd voor zover de dochter niet-ontvankelijk is verklaard in haar verzoek en, opnieuw rechtdoende, het verzochte afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof heeft de dochter beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de dochter in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de moeder begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.