Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2008:BD3662
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2008:BD3662 → ECLI:NL:PHR:2008:BD3662
Inhoudsindicatie
Kennelijke misslag in tll. Het ligt op de weg van de rechter om in de tekst van tll. voorkomende misslagen te verbeteren, indien verdachte daardoor in zijn verdediging niet wordt geschaad. Zo'n verbetering is niet een wijziging van de tll i.d.z.v. art. 313 Sv, maar slechts een vaststelling van de juiste inhoud van de tll. waarvoor geen medewerking van OM of verdachte is vereist. Het Hof heeft de in de tll. vermelde tijdsaanduiding 'op of omstreeks 19-06-2005' in de bewezenverklaring gewijzigd in 'op 16-09-2005'. Het Hof had in i.c. gelet op de aard van de wijziging, zijn oordeel dat sprake is van een misslag nader behoren te motiveren. Dat geldt ook voor zijn oordeel dat verdachte die noch in eerste aanleg noch in hoger beroep is verschenen door de aangebrachte wijziging niet in zijn verdediging is geschaad.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (56)
- ECLI:NL:PHR:2026:595 Parket bij de Hoge Raad 16-06-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:595 Parket bij de Hoge Raad 16-06-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:447 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:378 Parket bij de Hoge Raad 14-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:365 Parket bij de Hoge Raad 07-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:220 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:1133 Parket bij de Hoge Raad 04-11-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:797 Parket bij de Hoge Raad 15-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:797 Parket bij de Hoge Raad 15-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:762 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:762 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:5850 Rechtbank Noord-Holland 17-04-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:1529 Rechtbank Overijssel 24-03-2025
- ECLI:NL:OGHACMB:2024:279 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18-11-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:6587 Rechtbank Amsterdam 24-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:504 Parket bij de Hoge Raad 21-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:504 Parket bij de Hoge Raad 21-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:504 Parket bij de Hoge Raad 21-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:91 Parket bij de Hoge Raad 06-02-2024
- ECLI:NL:RBGEL:2024:179 Rechtbank Gelderland 18-01-2024
- ECLI:NL:RBGEL:2023:7111 Rechtbank Gelderland 21-12-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:7112 Rechtbank Gelderland 21-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1183 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1183 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2023
- ECLI:NL:RBLIM:2023:5577 Rechtbank Limburg 19-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:124 Parket bij de Hoge Raad 31-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:71 Parket bij de Hoge Raad 17-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:602 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:602 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:262 Parket bij de Hoge Raad 22-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:262 Parket bij de Hoge Raad 22-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:262 Parket bij de Hoge Raad 22-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:262 Parket bij de Hoge Raad 22-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:347 Parket bij de Hoge Raad 16-02-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:544 Rechtbank Noord-Nederland 12-02-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:572 Rechtbank Noord-Nederland 12-02-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:601 Rechtbank Noord-Nederland 12-02-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:2 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2019:531 Parket bij de Hoge Raad 26-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1 Parket bij de Hoge Raad 08-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1 Parket bij de Hoge Raad 08-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1220 Parket bij de Hoge Raad 27-11-2018
- ECLI:NL:RBNNE:2018:2702 Rechtbank Noord-Nederland 22-05-2018
- ECLI:NL:RBNNE:2018:2701 Rechtbank Noord-Nederland 22-05-2018
- ECLI:NL:HR:2018:308 Hoge Raad 06-03-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:105 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:105 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1231 Parket bij de Hoge Raad 26-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:997 Parket bij de Hoge Raad 05-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:997 Parket bij de Hoge Raad 05-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:389 Parket bij de Hoge Raad 11-04-2017
- ECLI:NL:RBROT:2017:1670 Rechtbank Rotterdam 16-02-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2016:3441 Rechtbank Noord-Holland 25-03-2016
- ECLI:NL:PHR:2015:210 Parket bij de Hoge Raad 13-01-2015
- ECLI:NL:HR:2014:3047 Hoge Raad 28-10-2014
- ECLI:NL:PHR:2013:1548 Parket bij de Hoge Raad 08-10-2013
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.804 tekens)
Strafkamer
nr. 00736/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 6 december 2006, nummer 22/002741-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, ten tijde van de betekening van aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Groot Bankenbosch" te Veenhuizen.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage, van 26 april 2006 - de verdachte ter zake van het onder 1. en 6. bewezenverklaarde "overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd" en ten aanzien van het onder 2., 5. en 7. bewezenverklaarde "overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd" en ten aanzien van het onder 3. bewezenverklaarde "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden" en ten aanzien van het onder 4. bewezenverklaarde "overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde tot hechtenis voor de duur van twee weken en ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde tot hechtenis voor de duur van twee weken en ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde tot hechtenis voor de duur van twee weken en ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde tot hechtenis voor de duur van twee weken en ten aanzien van het onder 1, 4 en 6 bewezenverklaarde tot het betalen van een geldboete van € 1.800,-, subsidiair 23 dagen hechtenis en ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden en ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van acht maanden.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel klaagt over 's Hofs wijziging van de tijdsaanduiding in het onder 4 en 5 tenlastegelegde.
3.2.1. Aan de verdachte is - voor zover in cassatie van belang - tenlastegelegd dat:
"4. hij op of omstreeks 19 juni 2005 te 's-Gravenhage als bestuurder van een voertuig (auto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,52 milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;
5. hij op of omstreeks 19 juni 2005 te 's-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig (auto) heeft gereden op de weg, het Statenplein, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde."
3.2.2. Het Hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
"4. hij op 16 september 2005 te 's-Gravenhage als bestuurder van een voertuig (auto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,52 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;
5. hij op 16 september 2005 te 's-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig (auto) heeft gereden op de weg, het Statenplein, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde."
3.2.3. In aansluiting op de bewezenverklaring heeft het Hof het volgende overwogen:
"Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging."
3.3. Het ligt op de weg van de rechter om in de tekst van een tenlastelegging voorkomende misslagen te verbeteren, indien de verdachte daardoor in zijn verdediging niet wordt geschaad. Zo'n verbetering is niet een wijziging van de tenlastelegging in de zin van art. 313 Sv, maar slechts een vaststelling van de juiste inhoud van de tenlastelegging waarvoor geen medewerking van het openbaar ministerie of van de verdachte is vereist.
3.4. Het Hof heeft de in de tenlastelegging vermelde tijdsaanduiding 'op of omstreeks 19 juni 2005' in de bewezenverklaring gewijzigd in 'op 16 september 2005'.
Het Hof had in dit geval, gelet op de aard van de wijziging, zijn oordeel dat sprake is van een misslag nader behoren te motiveren. Dat geldt ook voor zijn oordeel dat de verdachte die noch in eerste aanleg noch in hoger beroep is verschenen door de aangebrachte wijziging niet in zijn verdediging is geschaad.
3.5. Het middel is terecht voorgesteld.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 4 en 5 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, J.W. Ilsink, J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 30 september 2008.