Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2008:BC4498

2008-04-04 Civiel recht; Personen- en familierecht R07/130HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2008-04-04
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
R07/130HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2008, 261 | RvdW 2008, 394 | JWB 2008/160

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Familierecht. Beëindiging van gezamenlijk ouderlijk gezag; toekenning van eenhoofdig gezag. Procesrecht. Ontvankelijkheid aanvullend beroepschrift (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.952 tekens)
4 april 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/130HR
IV/AG


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,


t e g e n


[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E.C.M. Hurkens.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.

1. Het geding in feitelijke instanties


Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest, welk huwelijk is ontbonden op 19 januari 2000 door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 november 1999.
Uit het huwelijk tussen partijen zijn 2 minderjarige kinderen voortgekomen.
Na meerdere tussenbeschikkingen heeft de rechtbank op 12 juli 2004 de verzoeken van de ouders met betrekking tot het gezag afgewezen, alsmede het verzoek van de vader tot wijziging van de gewone verblijfplaats van de kinderen. Daarnaast heeft de rechtbank de eerder vastgestelde voorlopige omgangsregeling gehandhaafd en voorts de zaak met spoed verwezen voor mediation. In afwachting van de resultaten van deze bemiddeling heeft de rechtbank de zaak verder aangehouden.
Tegen deze tussenbeschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 18 april 2007 heeft het hof de bestreden (tussen)beschikking vernietigd en voor zover van belang opnieuw beschikkende bepaald dat het gezag over de minderjarige kinderen voortaan alleen aan de moeder toekomt. Het hof heeft de behandeling voor het overige aangehouden met bepaling dat partijen binnen 3 weken na de datum van deze beschikking schriftelijk zullen rapporteren over het verloop en de resultaten van de procedure in eerste aanleg.
De (tussen)beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de (tussen)beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 april 2008.