Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2008:BC1355

2008-01-22 Strafrecht 02217/06
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2008-01-22
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
02217/06
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJ 2008, 73 | JOL 2008, 32 | RvdW 2008, 163 | NJB 2008, 397

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Het Hof heeft t.a.v. (op één na) alle benadeelde partijen het bedrag van de schadevergoedingsmaatregel lager gesteld dan het bedrag van de daarmee corresponderende toegewezen vordering. HR: In aanmerking wordt genomen dat de rechter niet gehouden is het bedrag van de betalingsverplichting a.b.i. art. 36f Sr op hetzelfde bedrag te stellen als het bedrag waarvoor hij de daarmee verband houdende vordering van de b.p. heeft toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.071 tekens)
22 januari 2008
Strafkamer
nr. 02217/06
IC/SM


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 25 januari 2006, nummer 21/003263-03, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, wonende te [woonplaats].


1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Utrecht van 3 maart 2003 - de verdachte ter zake van 1. "medeplegen van een beroep of een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren", 2. "medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd", 3. "medeplegen van verduistering" en 4. "deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren alsmede een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partijen toegewezen en aan de verdachte betalingsverplichtingen opgelegd een en ander zoals in het arrest vermeld.

2. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor zover het betreft de vaststelling van de betalingsverplichtingen uit hoofde van de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen en de daarmee telkens corresponderende vervangende hechtenis, en tot gewijzigde vaststelling daarvan door de Hoge Raad.


3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat de rechter niet gehouden is het bedrag van de betalingsverplichting als bedoeld in art. 36f Sr op hetzelfde bedrag te stellen als het bedrag waarvoor hij de daarmee verband houdende vordering van de benadeelde partij heeft toegewezen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 22 januari 2008.