Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2007:BB9236

2007-12-21 Civiel recht C06/209HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2007-12-21
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C06/209HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2007, 896 | RvdW 2008, 68 | JWB 2008/20

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Uitleg overeenkomst; Geschil over de vraag of een tussen partijen gesloten overeenkomst moet worden aangemerkt als vaststellingsovereenkomst (81 RO)

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.864 tekens)
21 december 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/209HR
MK/TT


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. B.D.W. Martens,


t e g e n


[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties


[Eiseres] heeft bij exploot van 29 mei 2001, voorzover in cassatie van belang, [verweerster] gedagvaard voor de kantonrechter te Eindhoven en gevorderd, kort gezegd en na wijziging van eis:
a. [verweerster] te veroordelen om aan [eiseres] te voldoen het restant van de achterstallige huur, zijnde ƒ 4.666,66;
b. [verweerster] te veroordelen om aan [eiseres] te voldoen de schade voorzover betrekking hebbend op de foutieve taxatie van het in de inleidende dagvaarding nader aangeduide pand, begroot op ƒ 564.938,90 en, voorzover betrekking hebbend op aangebrachte wijzigingen aan dit pand, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
c. te verklaren voor recht dat [eiseres] bij vervreemding van het gehuurde object niet verplicht is het gehuurde aan [verweerster] te koop aan te bieden;
een en ander met rente en kosten.



[Verweerster] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen om aan [verweerster] te betalen de waarborgsom van ƒ 12.000,--, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom, met rente en kosten.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 6 november 2003 in conventie [verweerster] veroordeeld om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 2.117,64, alsmede een bedrag van € 70.335,93, met rente en in reconventie [eiseres] veroordeeld om aan [verweerster] te betalen een bedrag van € 5.445,36, met rente en kosten.
Tegen dit vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. [Eiseres] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 4 april 2006 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd, maar alleen voor zover [verweerster] daarin in conventie is veroordeeld om aan [eiseres] een bedrag van € 70.335,93 te betalen, en in zoverre opnieuw rechtdoende, de betreffende vordering afgewezen, alsmede hetgeen door [eiseres] in hoger beroep meer of anders is gevorderd, afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 19 oktober 2007 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 december 2007.